Grootschalige toepassing van woningsprinklers is dé manier om het aantal doden en gewonden als gevolg van woningbranden te minimaliseren. De sprinklerbranche is overtuigd, de brandweer loopt er warm voor, nu de woon- en zorgomgeving nog.
Door Rob Jastrzebski
Voor grootschalige toepassing is nog wel missiewerk nodig. Dat bleek tijdens een themamiddag die brancheorganisatie Verenigde Woningsprinkler Installateurs (VWI) op 11 september organiseerde.
Sprekers:
- John van Lierop (dagvoorzitter)
- Maikel van der Hulst
- Rob Hartgerink
- Arjan ten broeke
- Henk van der Vaart
- Michiel Huisman
- Bart Kerkstra
Verenigde Woningsprinkler Installateurs
De VWI maakte tot 2018 deel uit van branchevereniging VEBON-NOVB, maar vaart sindsdien een eigen koers om zich nog beter te kunnen concentreren op haar doel: het vergroten van de woningsprinklerdichtheid in het Nederlandse woningbestand. Dat is nodig, want in vergelijking met andere landen, zoals de VS en Groot-Brittannië, lopen we achter wat betreft actieve brandbeveiliging in de woonomgeving.
“82 procent minder branddoden”
Dagvoorzitter John van Lierop, country manager van het European Fire Sprinkler Network, citeert uit een Amerikaans onderzoek. Het concludeert dat de wettelijk verplichte toepassing van woningsprinklers in nieuwbouwwoningen leidt tot 82% minder branddoden en 60 procent minder gewonden. Pure veiligheidswinst! Samen met de brandweer en verzekeraars wil de VWI zich daarom inspannen om Nederland ‘echt brandveilig’ te maken.
Grote urgentie
De urgentie is groot betoogt Maikel van der Hulst, specialist risicobeheersing. Namens Brandweer Nederland is hij betrokken bij het maatschappelijk proces om het draagvlak voor woningsprinklers te verbreden. Hij wijst op de cijfers van het onderzoek ‘Tien jaar fatale woningbranden’ dat het instituut Fysieke Veiligheid vorig jaar publiceerde.
Jaarlijks woeden in Nederland zo’n 7000 woningbranden en sinds 2008 waren er 287 fatale woningbranden met gezamenlijk 311 dodelijke slachtoffers. “Maar niet alleen de doden tellen, de branden veroorzaken ook heel veel gewonden en psychisch leed, aldus Van der Hulst.
Woningbranden onderschat
Zijn kernboodschap is: de gevolgen van woningbranden worden onderschat. In hedendaagse woningen met veel kunststof in de inrichting, hogere vuurlast en grotere en snellere rookverspreiding, is de overlevingskans bij brand nihil. 74% van de dodelijke slachtoffers sterft als gevolg van de rook en het merendeel is al overleden vóór aankomst van de brandweer. Ergo: de brandweer redt geen levens. Een woningsprinkler wel, omdat die de brand klein houdt of zelfs dooft. Hierdoor neemt de beschikbare vluchttijd en de overleefbaarheid voor bewoners toe.
De brandweer redt geen levens, een woningsprinkler wel
Hard knokken
John van Lierop wijst nogmaals op de positieve resultaten in de VS, Groot-Brittannië en de Scandinavische landen, waar woningsprinklers al een algemeen verschijnsel zijn. Maar daar heeft de brandveiligheidsbranche heel hard voor moeten knokken. Voorbeeldprojecten zijn er in Nederland al op diverse plaatsen.
In de thuisregio van Van der Hulst, Flevoland, zijn diverse pogingen gedaan om een grootschalige woonproject uit te voeren met woningsprinklers. Dit is helaas niet gelukt om diverse redenen, hoofdzakelijk financieel van aard. Hij vindt dat het tempo omhoog moet. “We moeten ons er sterk voor maken dat woningsprinklers aantrekkelijker worden. En algemeen worden geaccepteerd als preventieve voorziening in de woonomgeving. Dat is in mijn ogen geen fictie, maar een toekomstig feit! Laten we het goed regelen, met goede certificaten!”
Type woningsprinklers
Waarin onderscheidt een woningsprinkler zich nu precies van reguliere sprinklerinstallaties? Rob Hartgerink van het Opleidings Centrum Brandveiligheid (OCB) en Arjan ten Broeke van leverancier Johnson Controls, leggen het uit. Met als kernboodschap dat het twee totaal verschillende systemen zijn, die elk een ander doel dienen. Bij een reguliere sprinklerinstallatie gaat het om ‘property protection’, het behoud van het bouwwerk, terwijl het primaire doel van woningsprinklers ligt in het verlengen van de ontvluchtingstijd, door het koelen van de rookgassen en het voorkomen van een flashover. Woningsprinklers hebben ook andere sprinklerkoppen, die kleinere druppels hoog in de ruimte verspreiden. Ook moeten ze hun effect bereiken met kleinere hoeveelheden water dan reguliere sprinklerinstallaties.
Het type woning bepaalt welk type automatische blusvoorziening toepasbaar is
NEN-EN_1625 norm
Hartgerink bespreekt de nieuwe NEN-EN-16925 norm voor woningsprinklers, waarvoor de VWI in samenwerking met Brandweer Nederland en adviseurs een document aan het opstellen is, op basis waarvan woningsprinklers als gelijkwaardigheidsoplossing binnen het Bouwbesluit kunnen worden toegepast. Hartgerink: “De norm maakt onderscheid in drie typen woningen, waarbij het type woning bepaalt welk type automatische blusvoorziening toepasbaar is. Het certificeringsschema voor woningsprinklers dat het CCV opstelt, beperkt zich tot de zogenaamde type 1 woningen, individuele woningen, twee-onder-een-kap en rijtjeshuizen. Wij zouden het schema graag willen oprekken naar type 2 woningen, waaronder appartementenbouw met grotere vloerhoogten. Naarmate woongebouwen complexer en hoger worden, moet je ook iets aan property-protection gaan doen om het instortingsgevaar bij brand te beperken. Dan is een zwaarder type sprinklersysteem vereist met ook een uitgebreider inspectie- en onderhoudsregime.”
Goed certificeringsstelsel woningsprinklers
Arjan ten Broeke vult hierop aan dat een goed certificeringsstelsel en een goed testprotocol (UL1626) de basis zijn voor de betrouwbaarheid van woningsprinklerinstallaties. De nieuwe Europese norm 16925 is gebaseerd op een Amerikaanse standaard van de NFPA. Sprinklerssystemen hebben in de VS al een heel lange geschiedenis en alle aspecten rond sprinklertoepassing waar de Nederlandse brandveiligheidsmarkt zich thans over buigt zijn daar al eerder bedacht en beschreven. Zo ook de toepassing van woningsprinklers. Ook de verdeling in woningtypen als uitgangspunt voor de beschermingsgraad, is afgeleid van de NFPA-norm.
Druppelgrootte en hoge waterverspreiding essentieel
Ten Broeke: “Er is ook een speciaal testprotocol voor woningsprinklers ontwikkeld, waarmee in brandtesten kan worden vastgesteld of ze doen wat ze moeten doen bij een beginnende woningbrand. Druppelgrootte en hoge waterverspreiding, dus naar de wand, zijn bij dit type sprinklers essentieel voor het te bereiken doel: koeling van de rookgassen en het voorkomen van flashover, zodat de situatie bij een woningbrand voor bewoners langer overleefbaar is.”
Gelijkwaardigheid of regelgeving
De voordelen van woningsprinklers zijn volgens Henk van der Vaart van Viking EMEA evident, maar onbekendheid met het fenomeen remt de toepassing in de praktijk. Van der Vaart signaleert een merkwaardig verschijnsel in brandveiligheidsland; namelijk dat rookmelders sinds 2003 op grond van het Bouwbesluit wel verplicht zijn gesteld voor alle nieuwbouwwoningen, maar woningsprinklers niet. Dit terwijl daarvan een veel groter positief effect op de brandveiligheid is te verwachten.
“Dertig procent van de rookmelders blijkt niet aan de wettelijke kwaliteitseisen te voldoen en in veel gevallen worden geïnstalleerde rookmelders door bewoners gedemonteerd, waardoor het brandveiligheidsniveau onvoldoende is. Waarom worden woningsprinklers niet als eis opgenomen in het Bouwbesluit? Ze leveren in veel opzichten een hoger veiligheidsniveau. Hun primaire doel is weliswaar het waarborgen van een veilige ontvluchting, maar in veel gevallen blussen ze de brand ook effectief met één of twee sprinklerkoppen en relatief beperkte hoeveelheden water. De voordelen van woningsprinklers ten opzichte van rookmelders zijn legio: beperking of blussing van de brand, beperking van rookontwikkeling en beperking van schade aan het gebouw, de inboedel en gekoesterde kostbaarheden. Ze kunnen bovendien worden gebruikt als gelijkwaardige veiligheidsvoorziening en dienen als alternatief voor een tweede vluchtweg of om lange inpandige vluchtafstanden of lange opkomsttijden van de brandweer te compenseren.”
Onbekendheid en vooroordelen
In zowel de sprekersbijdragen als de reacties uit de zaal klinkt door dat het vooral de onbekendheid en vooroordelen rond woningsprinklers zijn die een grootschalige toepassing nog in de weg staan. Zo wordt bij woningeigenaren en in de bouwsector veelvuldig het bezwaar gehoord dat de aanleg van woningsprinkler duur is. En dat het interieur wordt ontsierd door lelijke leidingen en sprinklerkoppen. Dat dat beeld niet klopt, laat Michiel Huisman van Huisman sprinklertechniek zien aan de hand van enkele voorbeeldprojecten in Nederland.
Maatwerk dat aansluit op gebouwtype
Zowel in nieuwbouwsituaties als in bestaande bouw en getransformeerde gebouwen heeft hij woningsprinklers geïnstalleerd via maatwerk dat aansluit op het gebouwtype, het gebruik en de inrichting. Zijn presentatie maakt duidelijk dat de componenten van een woningsprinklersysteem vrijwel onzichtbaar kunnen worden weggewerkt. Leidingen kunnen al bij de bouw worden ingestort in het beton van vloeren, muren en plafonds, terwijl de sprinklerkoppen ‘concealed’ kunnen worden uitgevoerd. Verzonken in het plafond, met afdekplaatjes die in elke gewenste kleur leverbaar zijn, zodat ze één zijn met het plafond. Bij activering valt het plaatje eraf en springt de sprinklerkop tevoorschijn.
Kosten woningsprinklers
Vragen van deelnemers uit de woon- en zorgsector in de zaal gaan vooral over de kosten. Kan de installatiewereld nou eens duidelijk uiteenzetten wat de beveiliging van een woning, appartement of wooncomplex met woningsprinklers kost? Dat hangt volgens Michiel Huisman en Henk van der Vaart samen met de uitvoering. Een blauwdruk is er niet; ontwerp en aanleg van een woningsprinklersysteem zijn maatwerk. De prijs wordt niet alleen bepaald door de grootte van het bouwwerk en het aantal sprinklerkoppen. Maar ook van de vraag of bijvoorbeeld het leidingwerk al bij de bouw kan worden ingestort in de betonvloeren. Of dat die werkzaamheden in een later stadium (bestaande panden) worden uitgevoerd.
Hoe omvangrijker en complexer het systeem, hoe hoger de aanlegkosten
Verder is medebepalend of de druk op de waterleiding voldoende is om de sprinklers rechtstreeks te voeden, of dat een hydrofoor of boosterpomp nodig is om voldoende druk te garanderen. De basisregel is: hoe omvangrijker en complexer het systeem, hoe hoger de aanlegkosten. Dagvoorzitter John van Lierop wil eigenlijk af van die vraag over de kosten, hoe begrijpelijk ook. Zijn mening is: “We moeten ons niet afvragen wat een systeem kost, maar hoeveel we over hebben voor optimale brandveiligheid in onze woningen en welk risico we willen accepteren.”
Een lange weg te gaan
Het is duidelijk dat de woningsprinkler nog een lange weg te gaan heeft, vóórdat de voorziening standaard wordt toegepast. Maar tegelijk maken de presentaties van deze dag duidelijk dat de woningsprinklers aan een opmars bezig is. Gedurende het programma werd er steeds op gewezen dat betrouwbaarheid en doelmatigheid van geïnstalleerde woningsprinklers steunen op vakmanschap en een goed certificeringsstelsel. Bart Kerkstra van Dräger licht toe dat dat het doel is waar de VWI als koepel voor de woningsprinklerbranche aan werkt.
Woningsprinklers op grote schaal toepassen
De norm NEN-EN-16925 wordt momenteel vertaald voor de Nederlandse markt. Ook wordt had gewerkt aan een aangepast certificeringsschema in samenwerking met het CCV. Wat verder nog nodig is in de ogen van Kerkstra, is een goede marketingstrategie om woningsprinklers aantrekkelijker te maken en breed geaccepteerd te krijgen, evenals intensieve samenwerking tussen alle betrokken marktpartijen. “Als installatiebranche kunnen we het niet alleen. Adviseurs, installateurs en de bouwwereld moeten samen optrekken om de woningsprinkler op grote schaal toe te passen en zo Nederland echt brandveiliger te maken!”
Volg Brandveilig op LinkedIn













