Het blussen van de brand in de Amstelveense Sint Urbanuskerk, vorig jaar september, verliep niet geheel volgens plan. Zo bleek de brand moeilijk te bestrijden doordat de bluswatervoorziening niet op orde was. De brandweerlieden valt echter niets te verwijten. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid na een onderzoek. Bij de brand raakte een deel van de net gerestaureerde kerk zwaar beschadigd.

De locoburgemeester kondigde destijds al snel een onafhankelijk onderzoek aan, vooral omdat verhalen de ronde gingen dat het te lang duurde voordat het blussen op gang kwam. De inspectie stelt nu dat de gemeente is tekortgeschoten in het zorgen voor voldoende bluswater. De kranen waren onvindbaar, onbereikbaar of werkten niet. De gemeente had de bluswatervoorziening niet hoog op de agenda staan, stelt de inspectie.

Te laat ontdekt

De brand in de kerk was laat ontdekt en kon zich binnenin  snel verspreiden. Bij aankomst van de brandweer was de brand al zo groot dat het onmogelijk was de schade beperkt te houden. Zelfs indien alle brandkranen hadden gewerkt en water uit een nabije poel direct als bluswater gebruikt had kunnen worden, zou de brand niet anders zijn verlopen, aldus de inspectie. Inzet van de brandweer was om te voorkomen dat het vuur zou overslaan naar de pastorie, de klokkentoren en het woonhuis. Dat is gelukt.

Sturing

De inspectie adviseert de gemeente vast te leggen wie de regie en sturing heeft op de bluswatervoorziening en wie moet zorgen dat de nodige activiteiten worden uitgevoerd. De brandweer moet haar informatie over de locaties van de brandkranen actualiseren. En die informatie moet weer worden doorgegeven aan het waterleidingbedrijf.