In 2011 brak brand uit bij zorginstelling Geinsche Hof in Nieuwegein. Veel mensen raakten gewond of hadden ademhalingsproblemen vanwege de rookontwikkeling. “We voldeden aan alle regels, maar het is wel misgegaan”, zegt Anneliek van Maarseveen, veiligheidskundige bij de de Carante Groep.
De Carante Groep is een samenwerkingsverband van 12 zorginstellingen. In de zorgbranche bestaan vijf deelgebieden waar veiligheidsrisico’s onder vallen: zorg, werk, gebouw, bedrijfsvoering en sociaal. Sommige elementen kunnen elkaar bovendien tegenwerken. Met een zorg-gerelateerd traphekje kan worden voorkomen dat dwalende patiënten van de trap vallen. Maar in het geval van een ontruiming, bijvoorbeeld wanneer er brand uitbreekt, zit zo’n traphekje alleen maar in de weg. Ook blijkt de regelgeving voor de zorgbranche niet altijd eenduidig te zijn.
Risicomanagement
Van Maarseveen pleit voor het integreren van risicomanagement in de bedrijfsvoering van de zorgbranche. Risicomanagement gaat uit van het idee dat grote ongelukken vaak beginnen als klein incident waar geen gehoor aan wordt gegeven. Daarbij kan je denken aan een rookmelder die onnodig afgaat, een container die een uitgang blokkeert, enzovoort. “In de meeste instellingen is de kennis om zo’n incident te herkennen niet voorhanden, laat staan dat er iets mee gebeurt. Dan kun je er op wachten dat het een keer mis gaat”, stelt Van Maarseveen.
Plan-Do-Check-Act
In de Geinsche Hof ontstond de brand op het dak, die zich via het ventilatiesysteem een weg naar binnen baande. Na de brand werd de zorginstelling door verschillende partijen ter verantwoording geroepen. Met name de informatievoorziening bleek onvoldoende. Sinds de brand heeft Carante zich ontwikkeld van een regelgerichte tot een risicogerichte instelling. Hiervoor wordt de Plan-Do-Check-Act systematiek gebruikt. Eerst wordt gemonitord, grotendeels op basis van data uit de bestaande informatiesystemen. Uit die gegevens ontstaat inzicht, en met behulp van een risicomatrix worden de risico’s zichtbaar gemaakt. Vervolgens wordt risicomanagement toegepast om te besluiten of, en zo ja welke actie wordt ondernomen. Analyse van de risico’s leidt tot maatregelen, maar meestal blijven er nog restrisico’s over. Als organisatie moet er een weloverwogen keuze worden gemaakt over de manier van omgaan met die restrisico’s.
In de instellingen begrijpt men onvoldoende hoe belangrijk dit is
Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Van Maarseveen haalt het voorbeeld van het nachtverzorgingssysteem aan. Deze bleek niet goed te werken, waarna Carante bepaalde procedures instelde om dit tegen te gaan “Als die procedures niet blijken te helpen gooien we die weer overboord. Dan accepteren we dat de risico’s van zo’n storing erg hoog zijn. Onze ervaring is dat je niet ten koste van alles moet proberen om risico’s te vermijden, want dan krijg je onwerkbare situaties.”
Grote kloof
Voor zorginstellingen is het van groot belang om veel informatie te verzamelen over het gebouw en de patiënten. Dat kan door het labelen van gebouwen, de zelfredzaamheid van patiënten in kaart te brengen en de informatiesystemen te koppelen. Op die manier wordt de zorg gekoppeld aan de cliënten en aan hun verblijfplaats. Een zware patiënt in een meer beveiligd gebouw en een lichte patiënt in een minder beveiligd gebouw. Van Maarseveen: “In de instellingen begrijpt men onvoldoende hoe belangrijk dit is. Afdelingen werken liever volgens het Do-Do-Do-Plan-Do-Do-Do principe dan volgens Plan-Do-Check-Act. En er is nog niemand organisatiebreed verantwoordelijk. Er is dus nog een grote kloof tussen droom en werkelijkheid.”
<<Lees ook: Masterclass risicogestuurde brandveiligheid in de zorg>>
Bron: Demo BV (PDF)





