65-plussers worden relatief vaak het slachtoffer van brand. Een probleem, want het aantal ouderen zal de komende decennia flink toenemen. Hoe kunnen we voorkomen dat het aantal brandslachtoffers mee stijgt?
Op 15 april werd het nieuws gedomineerd door serviceflat Het Lichtpunt uit Rotterdam. Een relatief kleine brand veroorzaakte daar grote schade. Veel bewoners moesten de nacht doorbrengen bij familie. Zeventien van hen belandden in het ziekenhuis omdat zij te veel rook hadden binnengekregen.
Vergeetachtige ouderen
Het incident vormt een goede illustratie bij het betoog van René Hagen, lector van de Brandweeracademie. Al jaren maakt hij zich zorgen over het toenemend aantal oudere brandslachtoffers. Ouderen vormen namelijk een verhoogd risico – voor zichzelf en hun omgeving. “Ze zijn vaak vergeetachtig en onhandig”, zegt Hagen. “Ze denken niet meer aan die pan op het vuur, of hun pannenlappen vatten vlam. Bovendien weten die mensen in zo’n geval ook niet zo gauw wat ze moeten doen; ze zullen niet snel hun mobiel grijpen om de brandweer te bellen. Daar komt nog bij dat ze vaak niet in staat zijn om hun huis snel te verlaten, althans niet zonder hulp.”
Ook als die hulp wél aanwezig is, staat dat nog niet garant voor een goede afloop. Dat zie je volgens Hagen in verzorgingstehuizen. “Vaak mogen mensen daar nog zelfstandig koken; soms mogen ze zelfs echte kaarsjes aansteken. Daar komt bij dat ’s nachts maar weinig personeel aanwezig is.” Toch is zo’n verzorgingshuis veel veiliger dan bijvoorbeeld een seniorenflat, vindt Hans Broekhuizen van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. “Zo’n verzorgingshuis moet voldoen aan allerlei wettelijke eisen, zoals een ontruimingsplan en een goed opgezette BHV-organisatie. Voor een serviceflat zoals Het Lichtpunt geldt dat niet. Dat is gewoon een verzameling particuliere woningen – met bewoners van een hoge gemiddelde leeftijd en met een lage zelfredzaamheid.”
Sprinklers en brandblussers
Hoe bescherm je ouderen in zo’n gebouw tegen brand? Broekhuizen presenteert een interessant weetje: “Het blijkt uit onderzoek uit de Verenigde Staten: er is nog nooit iemand door brand om het leven gekomen in een ruimte met een sprinklerinstallatie. Dat biedt dus juist voor particuliere woningen mogelijkheden. Als je een verplichte sprinklerinstallatie moet aanbrengen, heb je immers te maken met allerlei certificeringseisen die de prijs enorm opdrijven. Leg je er vrijwillig één aan, dan hoef je je daar niet aan te houden.”
Soortgelijke mogelijkheden ziet Broekhuizen bij brandblussers. “Voor een gewone poederblusser heb je als bewoner een training nodig. Want zonder dat gaat het vaak mis: mensen houden het ding ondersteboven, kunnen het niet goed richten, of krijgen het niet eens aan de praat. Daarom zie ik veel in zogenoemde aerosolblussers. Die hoef je niet te bedienen. Ze blussen automatisch, want ze worden aangesproken door een branddetector. En nee, je hoeft niet bang te zijn dat het ding al aan het spuiten slaat bij de eerste de beste sigaret: hij zal eerst de temperatuur meten.
Smartphone
Ook René Hagen ziet veel in technische oplossingen. Wat hem betreft moeten veel meer 65-plussers aan de smartphone. “Die kun je namelijk verbinden met een rookmelder. Slaat die alarm, dan is de vervolgactie erg simpel: er komt één touchknop in beeld die de gebruiker moet indrukken. Bovendien kun je die brandmelding ook doorschakelen naar zoon, dochter, buurman of de beveiliging. Zelfs een dove bewoner is geen probleem: je kunt een rookmelder nu ook aansluiten op een zogenoemde trilmat, die bijvoorbeeld onder een hoofdkussen ligt.”






Tip: Lees eens de publicatie: http://brandveiligwonen.org/bestanden/NOVB_position_paper_Brandveiliger_met_woningsprinklers.pdf