Het Station Amsterdam Centraal heeft van de gemeente het stempel ‘brandveilig’ gekregen. De overdracht van het brandbeveiligingsconcept aan de beheerders van het hoofdstedelijk OV-knooppunt ging niet over één nacht ijs.
Want door het grote aantal verbouwingsprojecten in de afgelopen jaren was het op één lijn krijgen van alle betrokken partijen een tamelijk complexe opgave. Een speciaal voor dit doel opgetuigd project smeedde alle deelplannen aan elkaar.
Amsterdam Centraal
Amsterdam Centraal is nooit af. Al sinds mensenheugenis wordt er aan het 126 jaar oude station gebouwd en verbouwd. De afgelopen jaren is het markante stationsgebouw van Pierre Cuypers ingrijpend uitgebreid met een nieuwe hoofdentree en stationshal aan de IJzijde. Verder zijn een reizigerstunnel gerenoveerd en een openbare passage (IJ-passage) met winkels gebouwd. En last but not least zijn, ook aan de IJzijde, een nieuw busstation en een toegang tot het nieuwe ondergrondse metrostation voor de Noord-Zuidlijn gerealiseerd. In totaal is het station in circa tien jaar tijd met zo’n 20.000 vierkante meter uitgebreid. Heel veel bouwkundige ontwikkelingen rond een station, dat niet alleen voor de hoofdstad maar voor heel Nederland en zelfs internationaal een vitaal openbaar vervoersknooppunt is. Dagelijks passeren ruim 250.000 OV-reizigers Amsterdam Centraal. Een brandveiligheidsconcept voor zo’n vitaal en complex bouwwerk moet van topniveau zijn. Daar hebben de stationsbeheerders samen met adviesbureau Royal Haskoning DHV voor gezorgd.
> Lees ook Brandveiligheid metro Rotterdam complex
> Lees ook Doe-het-zelf-methode voor een brandveilig Centraal Station
Gebruiksmelding
Het project ‘Gebruiksmelding Amsterdam Centraal’ heeft een jarenlange voorgeschiedenis. In 2010 gingen ProRail en NS Stations samen met de brandweer en Royal Haskoning DHV om de tafel om tot één overkoepelende brandveiligheidsvisie voor het totale stationsgebouw te komen. “Dat was nodig”, stelt Ron de Vries, adviseur brandveiligheid gebouwen bij Royal Haskoning DHV, “omdat er gelijktijdig heel veel bouw- en verbouwprojecten liepen, die werden uitgevoerd door verschillende architect-aannemercombinaties. Al die partijen waren met de beste intenties bezig met brandveiligheid binnen hun eigen deelproject, maar samenhang ontbrak. Nieuwe stip op de horizon was om uiterlijk in 2015 een goedgekeurd brandbeveiligingsconcept aan de stationsbeheerders te kunnen overdragen. Inclusief een door het bevoegd gezag geaccepteerde gebruiksmelding conform het Bouwbesluit. Dat was alleen mogelijk als we al die verschillende deelprojecten onder één normenkader voor brandveiligheid konden brengen. Dankzij intensieve samenwerking tussen alle stakeholders zijn we erin geslaagd een samenhangend brandbeveiligingsconcept voor het hele stationsgebouw te realiseren.” In 2012 werden drie uitgangspuntendocumenten vastgesteld voor respectievelijk de brandmeldinstallatie, de ontruimingsinstallatie en de sprinklerinstallatie. Ron de Vries: “Alle aannemers, ontwerpers en installateurs die in Amsterdam Centraal aan de slag wilden, dienden zich te houden aan die kaders, zodat een uniform brandveiligheidsniveau in het hele station kon worden gewaarborgd en alle installatietechniek onder één CCV-inspectiecertificaat kon worden gebracht.”
Ontruimingsinstallatie
Op basis van de centrale kaders voor brandveiligheid werd onder andere de brandmeldinstallatie van het station integraal vernieuwd. ITL bouwde een compleet nieuwe netwerkinfrastructuur en Siemens leverde de brandmeldcentrale en de detectietechniek. Gekozen werd voor multicriteria-melders met ASA-technologie. Met die instelbare sensoren kunnen ongewenste meldingen als gevolg van omgevingsinvloeden (horeca/keukens) worden voorkomen. Ook werd een nieuwe ontruimingsalarminstallatie type A (ontruiming door gesproken woord) gerealiseerd. “Die ontruimingsinstallatie was technisch een ingewikkeld project”, verklaart Marcel Sleegers, projectmanager Gebruiksmelding bij NS Stations. “We wilden de hoeveelheid technische systemen beperken, dus lag het voor de hand de ontruimingsalarminstallatie te combineren met de omroepinstallatie voor de reizigersinformatie. Dat was lastig, want de omroepinstallatie is in beheer bij ProRail, terwijl NS Stations verantwoordelijk is voor ontruiming. Een andere lastige factor was dat de ontruimingsalarminstallatie ook in de winkels in de openbare passages moet functioneren. Door Hacousto is een ‘winkelbox’ ontwikkeld die reizigersinfo of muziek in de winkel laat horen en bij brand wordt overruled door het ontruimingsalarm. Het vergde nogal wat technisch inregelwerk om de functionele combinatie van reizigersinformatie en ontruimingsalarm in één installatie voor elkaar te krijgen.”
Monumentaal
Ook het bouwkundige hoofdstuk van het brandbeveiligingsconcept leverde de nodige uitdagingen op. Reden was het monumentale karakter van het stationsgebouw, dat een icoon is voor de stad. Ron de Vries licht toe: “Het Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam hanteert andere afwegingskaders dan de brandweer en brandveiligheidsadviseurs en kijkt naar esthetische aspecten in relatie tot de oorspronkelijke architectuur. Zo mochten bijvoorbeeld in de monumentale stationshal geen standaard rookmelders aan de stenen plafonds worden bevestigd. Daarom hebben we daar voor lineaire rookdetectie met laser gekozen.” Ook qua brandcompartimentering waren bepaalde voorzieningen lastig te realiseren. Zoals de voorgeschreven zelfsluitende deuren van het personeelsrestaurant.
De deuren maken deel uit van het monumentale interieur en konden niet worden vervangen door moderne bij brandalarm zelfsluitende deuren. Een ingenieus kettingmechaniek dat in de deurposten en de deuren is aangebracht, heeft deze historische deuren alsnog zelfsluitend gemaakt. Een zelfde soort situatie deed zich voor bij een vluchttrappenhuis in de oostelijke vleugel van het stationsgebouw, waar door de brandweer een 60 minuten brandwerende scheiding werd geëist. Die scheiding met zelfsluitende branddeur kwam er. Maar geheel in de oorspronkelijke historische uitstraling van het interieur, inclusief het glaswerk in de deuren. Daar was volgens Marcel Sleegers ook een kunstgreep voor nodig: “Want brandwerend glas is niet in de historische matte variant verkrijgbaar, dus is het geleverde glas met een speciale folie beplakt, zodat het niet afwijkt van de overige monumentale beglazing in die ruimte. Ook hier is het veiligheidsbelang gediend zonder het historisch ontwerp van het gebouw geweld aan te doen.”Het architectonisch karakter van het stationsgebouw draagt volgens Sleegers bij aan een hoger veiligheidsniveau dan het Bouwbesluit eist. Hij wijst erop dat de sprinklerinstallatie in het monumentale gebouw er niet is gekomen omdat het moest van de wet, maar vanuit het oogpunt van behoud van dit cultureel erfgoed.
Ook de invloed van de verzekeraar speelt een rol. Sleegers: “Die wil waarborgen voor optimale brandveiligheid en snelle brandbeheersing om de schadelast als gevolg van brand zoveel mogelijk te beperken. Uiteraard is dat ook in het belang van de spoorpartijen. Een onbeheersbare brand in Amsterdam Centraal zou immense gevolgen hebben voor de mobiliteit in de hoofdstad en ver daarbuiten. Langdurige uitval van dit cruciale knooppunt van reizigersstromen kunnen we ons niet permitteren.”
Sprinklerleiding
Gelet op het brandveiligheidsniveau dat onder de vlag van het project gebruiksmelding tot stand is gekomen, is zo’n schadescenario onwaarschijnlijk. De Vries en Sleegers kijken tevreden terug op een intensief maar succesvol project, waarbij technische en bouwkundige puzzelstukjes tot één samenhangend concept zijn gesmeed. De Vries: “Het was een mooi project, uniek in omvang en complexiteit en met bijzondere uitdagingen voor techniek en behoud van monumentale waarde. Zo zijn sprinklerleidingen en brandscheidingen in het stationsgebouw kunstig gecamoufleerd en zijn de functionaliteiten van reizigersinformatie en ontruimingsalarm in één systeem gecombineerd. Een laatste innovatieve schakel in het concept vormen de digitale brandmeldpanelen voor het uitlezen van de brandmeldinstallatie door de brandweer. Die zijn op drie plaatsen bij brandweeropstelplaatsen beschikbaar; twee aan de IJzijde en één aan de stadskant. Via touchscreens kan de brandweer snel via menu’s door alle deelplattegronden van het stationscomplex bladeren om de melding te lokaliseren. Maar het preventieniveau in Amsterdam Centraal is nu zodanig dat beginnende branden geen kans krijgen.”
Dit artikel is gepubliceerd in Brandveilig.com 03/2016. Nieuwsgierig? Blader Brandveilig 03/ 2016 door of bestel het nummer.







