Binnen het PGS15 bestaat de zogenaamde 5 jaarlijkse toets op actualiteit van de uitgangspunten. Dat kan soms verstrekkende gevolgen hebben. Vooral bij sprinklerbeveiligingen.
Deze casus betreft vooral de logistieke dienstverleners die al geruime tijd actief zijn in het vakgebied ‘opslag gevaarlijke stoffen in emballage’. Het gaat daarbij om opslag van meer dan 10.000 kilo in één compartiment. Vanaf circa 1992 kon men daarbij gebruik maken van de richtlijn CPR 15-2. De CPR 15 reeks is vanaf de eeuwwisseling geëvolueerd tot de PGS 15.
PGS 15 richtlijn
Het werken met de PGS 15 richtlijn in het veld bij nieuwbouw plaatst de betrokken partijen voor grote uitdagingen. Maar linksom of rechtsom wordt uiteindelijk toch een situatie bereikt, waarbij alle betrokken partijen tevreden zijn. Voor deze casus houdt dat in: er is een inspectiecertificaat afgegeven op het sprinklersysteem. Om opkomende misverstanden alvast uit de weg te ruimen, dit houdt nogal wat in:
- Voor het sprinklersysteem zijn uitgangspunten vastgelegd, waarvoor alle betrokkenen hebben getekend.
- Het sprinklersysteem voldoet aan een normatief kader.
- Het sprinklersysteem is opgebouwd uit de volgende elementen:
- De sprinklerinstallatie zelf;
- Relevante bouwkundige (B) randvoorwaarden. Scheidingen tussen gesprinklerd en ongesprinklerd gebied, vakindeling, vakscheiding, bluswater- en productopvang;
- Relevante installatietechnische (I) randvoorwaarden. Welke andere installaties (van derden) zijn relevant bij brand, wat moet er aangestuurd worden en onder welke stuurvoorwaarden;
- Relevante organisatorische (O) randvoorwaarden. Wat mag waar op welke manier en tot hoe hoog worden opgeslagen. Zeg maar de omschrijving van het toegestaan gebruik.
Het sprinklersysteem gaat dus wel een stuk verder dan de sprinklerinstallatie zelf. Door nu door middel van inspectie het sprinklersysteem te bezegelen met een inspectiecertificaat, wordt aangegeven dat het systeem (dus de installatie met alle relevante BIO-maatregelen) voldoet. Een belangrijke uitspraak, dus het is niet verwonderlijk dat de inspectie onder accreditatie uitgevoerd moet worden.
>> Lees ook Blog Carolien de Vries: BIO-methode
UPD
Het opslagbedrijf heeft een inspectiecertificaat op zijn sprinklersysteem en wordt geconfronteerd met de 5 jaarlijkse actualiteitstoets vanuit de PGS 15: ‘Elke vijf jaar moeten de onderdelen van het goedgekeurde uitgangspuntendocument die betrekking hebben op de goede werking van de brandbeveiligingsinstallatie op actualiteit worden beoordeeld door een inspectie-instelling (…)’ ‘De beoordeling bestaat in ieder geval uit een beoordeling van de gehanteerde uitgangspunten en normen in het uitgangspuntendocument in relatie tot de op het huidige moment te hanteren uitgangspunten en normen en in relatie tot eventuele doorgevoerde wijzigingen’.
Het betreffende opslagbedrijf dateert van vlak vóór de CPR 15-2. Er is geen helderziendheid voor nodig om te beseffen dat een dergelijke beoordeling op actualiteit zal leiden tot de conclusie dat de set sprinklernormen van nu niet de set sprinklernormen van toen is. Het bevoegd gezag zat ook in zijn maag met een ander aspect: de uitgangspunten waren van oudsher vastgelegd in een set Programma’s van Eisen en elkaar historisch opvolgende aanvullingen, waardoor het overzicht bij iedereen zoek was. Bovendien waren deze documenten opgesteld door de inspectie-instelling die tevens de inspecties deed en doet. In gezamenlijk overleg met het bevoegd gezag wordt dan ook tot de volgende route besloten: er wordt een nieuw uitgangspuntendocument (UPD) opgesteld door een adviseur, waarin ‘alles wordt geregeld en geactualiseerd’. Het leek een kwestie van ‘alleen even een nieuw UPD’.
>> Lees ook Nieuwe certificatieregeling voor uitgangspuntendocumenten (UPD’s)
Sprinklerbeveiliging
De casus is interessant, omdat men dit aspect rustig breder kan trekken. Van alle PGS 15 opslagbedrijven met een sprinklerbeveiliging die dateert van vóór 1995, kan worden aangenomen, dat de geleverde prestatie van de sprinklerinstallatie in relatie tot het huidige gebruik niet past binnen de huidige inzichten. Dit heeft een historische oorzaak.
Vóór 1995 werd in Nederland bij sprinklerinstallaties De Voorschriften voor Automatische Sprinklerinstallaties gehanteerd (VAS), uitgegeven door het toenmalige Bureau voor Sprinklerbeveiliging.
Na 1995 werd de VAS herzien en werd aansluiting gezocht bij het Europese sprinklervoorschrift EN12845 (inmiddels is die transitie vanaf 2010 totaal en is de VAS vervallen verklaard). De goederenclassificatie ging geheel op z’n kop, met als gevolg dat juist op het gebied van vlampunt houdende vloeistoffen niet meer alles gevonden kon worden. De EN12845 geeft oplossingen voor alle vlampunten, maar slechts in metalen verpakking tot 208 liter (stalen drums). Voor alle andere vlampunthoudende opslag moet uitgeweken worden naar internationale voorschriften, doorgaans die van het National Fire Protection Association (NFPA).
De logistieke wereld zit ook niet stil: metalen verpakkingen zijn zwaar en dus duur in het transport. Binnen de ADR transportregelgeving houdt niemand de logistieke sector tegen gevaarlijke stoffen te vervoeren in kunststof verpakking, liefst tot 1.000 liter (de zogenaamde Intermediate bulk containers IBC). Daarnaast worden stoffen met vlampunt boven de 60 °C niet als gevaarlijk zien. Dat mag zo zijn, maar voor de sprinklerinstallatie is elk vlampunt een uitdaging; de NFPA voorschriften kennen geen bovengrens waarboven een vlampunt houdende vloeistof ongevaarlijk wordt.
Opslagbedrijf
Het opstellen van het nieuwe UPD bij het opslagbedrijf leidt dan ook tot de volgende constateringen:
- Voor de ADR-3 vloeistoffen (vlampunt kleiner dan of gelijk aan 60 °C) in kunststof verpakking (drums en IBC’s) moet worden uitgeweken naar NFPA
- Ook voor de overige vlampunthoudende vloeistoffen (vlampunt boven de 60 °C) moet worden uitgeweken naar NFPA
- Uitsluitend voor de niet vlampunt houdende vloeistoffen en niet met water reagerende vaste stoffen (al dan niet met ADR classificatie) is toepassing van EN12845 nog mogelijk
Prestatie-eisen
Dat leidt tot prestatie-eisen die worden gedicteerd door NPFA. Daarna volgt de puzzel of vanaf papier in te schatten is wat er gedaan moet worden om met de reeds bestaande infrastructuur de nieuwe prestatie-eisen te halen. Daar waar het niet gehaald wordt, zijn er vier opties:
- De infrastructuur aanpassen, zodat wel de nieuwe prestatie-eisen worden gehaald. Dit kan uitmonden in een 100 procent vervanging van installaties, maar het kan ook meevallen
- Het gebruik aanpassen, waardoor de prestatie-eisen naar de huidige inzichten passen binnen de bestaande infrastructuur
- Accepteren dat de infrastructuur niet klopt met het gebruik naar de huidige inzichten, omdat er wisselgeld is in de vorm van gunstige omstandigheden. Kortom gelijkwaardigheden zoeken.
- Een combinatie van bovenstaande drie opties.
Oplossing
Bij het betreffend opslagbedrijf moet naar alle opties gegrepen worden om een nieuwe balans te kunnen vinden tussen het gewenst gebruik en het voldoen aan huidige sprinkler inzichten. En pas als deze nieuwe balans is neergelegd in een nieuw UPD en alle betrokken partijen zijn het er mee eens, pas dan is het proces van ‘alleen even een nieuw UPD’ tot een goed einde gebracht.
Dit artikel is geschreven door Ernst Rijkers en is gepubliceerd in Brandveilig 03/ 2015.
Ernst Rijkers is senior adviseur bij Floriaan, adviesbureau op het gebied van brandbeveiliging, en lid van de VVBA (Vereniging van Brandveiligheid adviseurs).





