Brand in woningen en gebouwen is helaas nog steeds aan de orde van de dag. Het voorkomen van brand is natuurlijk de beste oplossing, maar helaas is een brand niet altijd uit te sluiten. Het toepassen van de juiste producten en materialen kan wel leiden tot minder ernstige en daardoor ook minder verwoestende schades.
Veel bouwproducten, componenten en materialen worden getest op brandgedrag, brandwerendheid en/of rookdoorlatendheid. Deze testen worden gedaan door onafhankelijke testlaboratoria zoals in Nederland bijvoorbeeld Peutz, Kiwa BDA Testing en Efectis. De testen worden uitgevoerd conform algemeen geaccepteerde normen. Deze normen worden door normcommissies vastgesteld en gepubliceerd. Dit kan zowel op nationaal (NEN), Europees (EN) als wereldniveau (ISO).

Iedereen kan, in principe, conform deze normen testen gaan uitvoeren en hiervan rapporten schrijven. Maar om de testresultaten onderling vergelijkbaar te maken kunnen testlaboratoria hiervoor geaccrediteerd worden. Een testlaboratorium voor brandveiligheid dat geaccrediteerd wil worden, moet aan de EN-ISO/IEC 17025 (of kortheidshalve ISO 17025) voldoen. De ISO/IEC 17025 bevat de algemene eisen voor de competentie van test- en kalibratielaboratoria. De norm stelt laboratoria in staat om aan te tonen dat ze competent werken en geldige resultaten genereren, waardoor het vertrouwen in hun werk zowel nationaal als wereldwijd wordt bevorderd.
Accreditatie helpt ook om de samenwerking tussen laboratoria en andere instanties te vergemakkelijken door een bredere acceptatie van resultaten tussen landen te generen. Testrapporten en certificaten kunnen, van het ene land naar het andere land, worden geaccepteerd zonder dat verdere testen nodig zijn, wat op zijn beurt de internationale handel verbetert en bevordert.
Accreditatie
Accreditatie betekent letterlijk: vertrouwen geven. In bijna alle Europese landen is er een nationale accreditatie-instelling aangewezen. Deze nationale accreditatie-instellingen hebben als primaire taak om organisaties te accrediteren. Het geaccrediteerd houden van organisaties zoals laboratoria, inspectie-instellingen en certificatie-instellingen (de ‘conformiteitbeoordelende’ organisaties) is eveneens een belangrijke taak van de accreditatie-instellingen.
In Nederland worden deze taken uitgevoerd door de Raad voor Accreditatie (hierna: RvA). De RvA is een private stichting die als zelfstandig bestuursorgaan verantwoording aflegt aan de minister van Economische Zaken en Klimaat (zie ook: www.rva.nl). Andere voorbeelden van accreditatieinstellingen zijn in Duitsland de DAkkS, in België de BELAC en in het Verenigd Koninkrijk de UKAS. Een accreditatieverklaring van de RvA bevestigt de competente, onpartijdige en consistente bedrijfsuitoefening van (bijvoorbeeld) laboratoria. Dit doet de RvA door een onafhankelijk en deskundig oordeel te geven op basis van (internationaal) erkende kwaliteitsnormen zoals onder andere de ISO/IEC 17025.
Hoe gaat een accreditatieproces in zijn werk?
Om voor accreditatie in aanmerking te komen moet de aanvrager (lees: het testlaboratorium of de certificatie-instelling e.d.) een kwaliteitshandboek hebben met daarin opgenomen de procedures en werkvoorschriften volgens welke zij moeten werken. Ook moeten de competenties van het personeel vastgelegd zijn, de methodes van testen zijn gevalideerd, alle apparatuur gekalibreerd, interne audits zijn uitgevoerd. Ten slotte wordt middels een managementreview ook het management daadwerkelijk betrokken bij het gehele proces. Om accreditatie te verkrijgen moeten de volgende stappen met succes worden doorlopen:

Indien een aanvraag is ingediend, voert de RvA een vooronderzoek uit. Tijdens het vooronderzoek wordt gecontroleerd of het gedocumenteerde systeem aan de vereisten van accreditatie voldoet. Indien dit het geval is, is de conclusie van het vooronderzoek dat de instelling klaar is voor de volgende stap in het proces: de initiële beoordeling. De RvA bezoekt dan de locatie om het proces van testen of certificeren bij te wonen en om het kwaliteitssysteem in de praktijk te beoordelen. Het team van de RvA bestaat daarbij uit een teamleider, vaak vergezeld door een vakdeskundige voor de vakinhoudelijke aspecten. Het team bekijkt en beoordeeld dan het gehele systeem op papier én in de praktijk. Als blijkt dat er geen afwijkingen zijn dan geeft het team een positief advies aan de besluitvormers binnen de RvA. De besluitvormers beslissen uiteindelijk over het al dan niet verlenen en/of handhaven van een accreditatie.

Alle geaccrediteerde instellingen zijn vermeld in een register dat via de website van de RvA kan worden ingezien (https://www.rva.nl/alle-geaccrediteerden/). In het register is ook exact te vinden waarvoor de instellingen geaccrediteerd zijn. Het is raadzaam om te checken of een instelling daadwerkelijk geaccrediteerd is voor de uit te voeren testen en certificaties. Indien instellingen geaccrediteerd zijn, dan mogen zij dat op hun rapporten en website e.d. communiceren, bijvoorbeeld door middel van het logo.
Dit logo mag uiteraard enkel gebruikt worden voor de testen waarvoor zij geaccrediteerd zijn. Nadat een accreditatie met een bepaalde scope behaald is, wordt de instelling minimaal jaarlijks beoordeeld door het RvA team om een oordeel te geven of de instelling nog steeds aan de norm en accreditatievoorwaarden voldoet. Tijdens zo’n beoordeling kunnen er ook afwijkingen geconstateerd worden. Afhankelijk van de aard van een afwijking wordt deze in de A- of in de B-categorie ingedeeld.
Een A-afwijking is het ernstigst en wordt toegekend indien er door het beoordelingsteam een situatie is geconstateerd in strijd met de accreditatievereisten en die volgens het team kan leiden, leidt of heeft geleid tot een onjuiste of onbetrouwbare (niet aantoonbaar juiste) weergave van de resultaten en/of indien er oneigenlijk gebruik van het RvA-logo is gemaakt. Een B-afwijking is een afwijking die niet tot foutieve resultaten heeft geleid, maar die niet (volledig) conform de vereisten is uitgevoerd. De instelling krijgt, afhankelijk van de categorie afwijking, een bepaalde termijn om corrigerende en preventieve maatregelen te nemen. Na het nemen van deze maatregelen zal de RvA wederom een beoordeling (hetzij op locatie, hetzij schriftelijk) uitvoeren.
Als een instelling een extra test- of certificatienorm aan haar scope wil toevoegen dan zal er een uitbreidingsonderzoek plaatsvinden. Daarbij wordt, na een controle van de vereiste documenten, doorgaans weer een bezoek ter plaatse gebracht.
Notified Body
Een Notified Body (of ook wel een aangemelde instantie) is een organisatie die door een EU-land is aangewezen om de conformiteit van bepaalde producten te beoordelen voordat deze in de handel worden gebracht. Deze instanties voeren taken (testen en/of certificaties) uit in verband met procedures die zijn vastgesteld in de toepasselijke wetgeving om de conformiteit van resultaten te kunnen beoordelen, als daarbij een onafhankelijke, ter zake kundige derde partij vereist is. Voor bouwproducten is de toepasselijke wetgeving vastgelegd in de Verordening Bouwproducten (EU) 305/2011 (CPR). De afkorting CPR staat voor Construction Product Regulation.
Om als Notified Body aangewezen te worden, dient de instelling eerst geaccrediteerd te zijn alvorens een aanvraag naar het desbetreffende ministerie (in Nederland is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)) gestuurd te worden. Het ministerie neemt op basis van de beoordeling uitgevoerd door de RvA het besluit om een instelling aan te wijzen. De Notified Body ontvangt bij de eerste aanwijzing een Notified Body nummer. Dit nummer mag ook vermeld worden op rapporten, websites e.d.. Alle Notified Bodies zijn met hun scope van aanwijzing terug te vinden in Nando (https://ec.europa.eu/growth/tools-databases/nando/index.cfm?fuseaction=notifiedbody.main). De RvA informeert het ministerie met betrekking tot de status van de accreditatie van de instelling.
CE-markering

CE-markering van bouwproducten geeft aan dat het product voldoet aan de gestelde prestaties. Fabrikanten, distributeurs en importeurs van bouwproducten zijn verplicht om een CE-markering aan te brengen. Zij moeten hiervoor een prestatieverklaring (DoP) opstellen. DoP staat voor Declaration of Performance.
CE-markering heeft twee doelen. Ten eerste het bevorderen van de vrije goederenhandel binnen de Europese Unie en ten tweede het harmoniseren van de wetgeving van de Europese Unie landen voor productveiligheid en gezondheid. Producten met CE-markering mogen vrij worden verhandeld in de hele Europese Unie (alle EU-lidstaten en IJsland, Liechtenstein en Noorwegen). Nationale overheden mogen geen aanvullende eisen stellen. Als een product niet voldoet aan de Europese eisen dan is CE-markering niet toegestaan en mogen de producten niet verhandeld worden in de Europese Unie. Op het product moet ook de naam en het adres van de fabrikant vermeld worden. In veel gevallen eisen de richtlijnen dat de fabrikant zijn product laat testen en certificeren door een Notified Body.
UKCA-markering

Sinds de Brexit op 31 januari 2020 valt het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland) niet meer onder de Europese Unie en dus ook niet meer onder de Europese wetgeving. Dit betekent concreet dat er onder andere geen vrije handel meer is in goederen en diensten.
Om dit toch te kunnen bewerkstelligen is het UKCA (UK Conformity Assessment) mark in het leven geroepen. De UKCA-markering is voor sommige producten vereist om deze in de het Verenigd Koninkrijk op de markt te mogen brengen. De UKCA-markering is van toepassing voor de meeste producten die voorheen onder de CE-markering vielen, dus ook voor bouwproducten. Producten met een UKCA-markering kunnen niet gebruikt worden om producten te verkopen in Noord-Ierland of in de Europese Unie. UKCA-markering is enkel verplicht in Engeland, Wales en Schotland. Vanaf 1 januari 2023 wordt de UKCA-markering verplicht voor de desbetreffende producten.
Voor UKCA-markering worden nagenoeg dezelfde Europese normen gebuikt als voor CE-markering, alleen worden ze nu ‘UK designated standards’ genoemd. De fabrikanten, distributeurs en importeurs stellen nu een Declaraction of Conformity (DoC) op, in plaats van een Declaration of Performance (DoP). Zoals ook bij CE-markering zal de fabrikant zijn product moeten laten testen en certificeren. Testen en certificeren kan enkel gedaan worden door ‘Approved Bodies’.
UKNI-markering

Zoals vermeld, geldt de UKCA-makering niet voor Noord-Ierland. Op 1 januari 2021 is het Northern Ireland Protocol in werking getreden. De UKNI-markering is een nieuw conformiteitsmerk voor producten die in Noord-Ierland in de handel worden gebracht. Deze producten hebben een verplichte beoordeling ondergaan door een instelling die gevestigd is in het Verenigd Koninkrijk (Approved Body). Naast deze UKNI-markering kan in Noord-Ierland CE-markering ook nog gewoon toegepast worden.
EGOLF
EGOLF staat voor ‘European Group of Organisations for Fire Testing, Inspection and Certification’. Het is het belangrijkste vertegenwoordigende orgaan voor externe, onafhankelijke en nationaal erkende organisaties die op Europees niveau betrokken zijn bij het brandtesten van materialen, componenten of producten ter ondersteuning van de brandveiligheidswetgeving.
Sinds de oprichting in 1988 heeft EGOLF op grote schaal bijgedragen aan zowel het verbeteren van het niveau van persoonlijke brandveiligheid als aan het minimaliseren van de verliezen en schade veroorzaakt door brand in het milieu, door de ontwikkeling van geharmoniseerde Europese testmethoden en door het bevorderen van de kwaliteit van de diensten van haar leden.
Op dit moment zijn er 64 leden, 59 vanuit Europa en zes van buiten Europa. Alle leden zijn onafhankelijke, nationaal erkende, geaccrediteerde organisaties die zich bezighouden met het testen, inspecteren en/of certificeren van materialen, componenten en producten op brandveiligheid (zie ook: www.egolf.global).
Resumé
Er zijn zowel nationaal, Europees als wereldwijd veel verschillende organisaties betrokken bij het borgen van de kwaliteit van het uitvoeren van testen en certificaties aangaande brandveiligheid. Test- en certificatie-instellingen zijn onafhankelijk en staan onder toezicht van de nationaal aangewezen instanties. Het gebruik van de diverse keurmerken bevordert de handel en maakt het eindgebruik meer transparant. De gehele keten staat onder toezicht van onafhankelijke instellingen, die op hun beurt weer door aangewezen nationale accreditatie-instanties beoordeeld worden. Zo borgen we door te testen en te certificeren met z’n allen de kwaliteit.
Karin van Houten is adviseur Kwaliteit en Certificering bij Peutz Laboratorium voor Brandveiligheid
Volg Brandveilig op LinkedIn
Ontvang het laatste nieuws omtrent brandveiligheid!
Mis niets. Meld je aan en ontvang wekelijks onze nieuwsbrief. Ruim 7.500 vakgenoten gingen je al voor.





