Hospitality is een vak apart. Ook als het gaat over brandveiligheid. Het onderwerp staat hoog op de prioriteitenlijst van onder andere hoteldirecties. Gastvrijheid betekent goed voor de gasten (en medewerkers) zorgen. Oftewel, het gebouw moet brandveilig zijn. Dat kan met onder andere de juiste kleine blusmiddelen op de juiste plek.
Door Betty Rombout
De brandveiligheid in de Nederlandse hospitality is landelijk in wet- en regelgeving goed geregeld ten opzichte van veel andere landen, volgens Max van Holst Pellekaan, specialist op dit vlak en werkzaam bij MVH Adviseurs. Ook de voortrekkersrol van Horeca Nederland speelt hierin een belangrijke rol. Maar dit alles wil niet zeggen, dat er geen alertheid moet zijn in de branche. Want zoals altijd, een ongeluk zit in een klein hoekje. Met eventueel grote gevolgen van dien.
Gasten
In de hospitalitybranche hebben we te maken met gasten. Of we nu praten over een hotel, restaurant, bar of congrescentrum. De gasten blijven – in het geval van een hotel – in een voor hen onbekend gebouw slapen. ’s Nachts, als het donker is en minder personeel in het gebouw te bekennen is. Breekt er brand uit, dan komt het naast de zelfredzaamheid van de gasten en de hulp van het beperkt aanwezige personeel aan op de juiste brandbestrijdingsmiddelen op de juiste plek. “Als je hotelletje wilt spelen, dan hoort brandveiligheid erbij”, aldus Van Holst Pellekaan.
Probleem klein houden
Snelle detectie met onder andere een brandmeldinstallatie en rookmelders is stap één voor de hospitalitybranche. “Dan kun je snel ingrijpen en/of heb je relatief de meeste tijd om te vluchten. Je ‘koopt’ tijd is daarbij het uitgangspunt, zegt Max van Holst Pellekaan. “Dat is, wat je wilt in bijvoorbeeld een hotel. Zo snel mogelijk de mensen uit het bedreigde gebied hebben. Liggen mensen bij een beginnende brand langer dan twee minuten in hun hotelkamer, dan zijn de overlevingskansen al bijna nihil door rookvergiftiging.”
Kleine blussingen verrichten met brandhaspelslangen en kleine (draagbare) blusmiddelen is de hierop volgende stap. Een brandhaspelslang heeft als voordeel dat het onbeperkte blusstof heeft, in tegenstelling tot een kleine draagbare blusser. Deze is meestal na 18 seconden al leeg. Genoemde middelen zijn volgens Van Holst Pellekaan van uitermate belang voor bijvoorbeeld een hotel. Het is zaak, het probleem zo klein mogelijk te houden. Voor de gast, maar ook de hotelier. Hij wil namelijk het liefst de volgende en liefst dezelfde dag weer gasten ontvangen.
Keuzes
De wet stelt alleen brandslanghaspels verplicht. Nergens vinden we een artikel over draagbare blusmiddelen. In een ‘restartikel’ staat wel dat brandbestrijding en vluchten afgestemd dient te worden op het risico. Maar hoe leg je dat uit? In de praktijk ziet Max van Holst Pellekaan, dat niet altijd het juiste blusmiddel aanwezig is, afgestemd op genoemd risico. Ondanks dat de verzekeraar – die het risico zo klein mogelijk wil houden – zijn eisen heeft gesteld.
Snelle detectie met onder andere een brandmeldinstallatie en rookmelders is stap één
Mensen laten zich volgens Van Holst Pellekaan soms leiden door hun emotie: ‘Laten we er maar een van elk soort plaatsen op die plek’. Echter, bij een brand is het dan van: kiezen maar! Welke moet er gebruikt worden? Soms ook wordt bijvoorbeeld een hotelier verleid door de verkooptechniek van een leverancier. Schaft hij een duur blusapparaat aan, niet geschikt voor een bepaalde plek of doel. In opslagruimtes bijvoorbeeld – waar veel koelend vermogen nodig is (water) – heeft het de voorkeur een brandhaspelslang te gebruiken in plaats van een klein blusapparaat.
Rol architect
Ook een architect kan een ‘verkeerde’ rol spelen. Van Holst Pellekaan komt nog steeds bouwtekeningen tegen met poederblussers. “De zoutoplossing in het apparaat kan ernstige nevenschade veroorzaken. Het kwaad is erger dan het profijt.” En waarom een klein blusmiddel plaatsen in een hotelkamergang? De voorkeur van Max van Holst Pellekaan gaat in sommige gevallen uit naar een brandslanghaspel met een dekkend vermogen van 30 meter. “In Nederland mogen nog steeds brandbare matrassen verkocht worden. Stel dat er zo eentje in brand vliegt. Dan heb ik liever veel water, dan iets anders.”
Keuken, opslag- en afval- en technische ruimte
Als er een brand uitbreekt in bijvoorbeeld een hotel, dan is dit veelal in een keuken. Afgestemd op het risico, is een draagbare vetblusser bij de frituur een aanrader. Geen sproeischuimblusser, want water en vet is een uitermate slechte combinatie. Water op olie verdampt direct. Het creëert een groter oppervlak met meer zuurstof voor de olie (en dus het vuur) om te gaan branden. Naast vetblussers in de keukens van horeca wordt er vaak gebruikt gemaakt van blusapparaten in de afzuigkap. NH Collection Eindhoven Centre bijvoorbeeld heeft dit advies overgenomen. De keuken bevindt zich op de veertiende verdieping. Niet handig, als er brand uitbreekt. Het kost tijd om er te komen. Bovendien betreft het een open keuken met restaurant. Bouwkundig zijn er geen afscheidingen. Een automatische blusinstallatie in de afzuigkap is dus een logische keuze.
"Naast vetblussers in de keukens van horeca wordt er vaak gebruikt gemaakt van blusapparaten in de afzuigkap
De opslag- en afvalruimte is ook een risicoplek. Het verdelen van deze ruimtes in brandcompartimenten kan een oplossing zijn. Of het plaatsen van een blusinstallatie aangesloten op de waterleiding. In de ruimtes die eraan grenzen, is een brandslanghaspel en een geschikt draagbaar blusmiddel aan te raden.
Een derde risicogebied is de technische ruimte. Maar dat geldt eigenlijk voor elk bedrijf. Met name in centrale verwarmingseenheden en in laagspanningsverdeelruimtes kan brand uitbreken.
Niet roken
Over hoe vaak kleine blusmiddelen in de hospitalitybranche gebruikt worden, zijn geen cijfers. Maar veel is het niet, volgens Van Holst Pellekaan. Zo’n 10 tot 20 keer per jaar in heel Nederland. En dan nog is zo’n blusmiddel niet altijd nodig, al wordt er wel naar gegrepen. Een brandende kaars op een tafelkleed kan bijvoorbeeld met een doek of blusdeken geblust worden.
Dat de vermoedelijke cijfers zo laag zijn, heeft met name te maken met het verbod op roken in de horeca. Vroeger werd nog wel eens een brandende peuk achtergelaten, die vervolgens een brand veroorzaakte. “Niet roken heeft het grote verschil gemaakt”, zegt ook Max van Holst Pellekaan. “Plus de intensieve controles en de veranderde wet- en regelgeving. Mensen in de hospitalitybranche zijn zich veel bewuster van (brand)veiligheid in vergelijking met jaren geleden.”
Trend
Tot slot wil Max van Holst Pellekaan nog iets kwijt. Een ’trend’ die hij de laatste maanden steeds vaker ziet. “Buitenlandse toeleveranciers van onder andere kleine blusmiddelen zien we steeds vaker op de Nederlandse markt. Een hotelier kan via hen wellicht een goedkoper blusmiddel aanschaffen, maar hij houdt er dan geen rekening mee, dat dit apparaat niet gekeurd en onderhouden kan worden volgens de Nederlandse voorschriften. Verkopen binnen Europa mag, maar keuren en daarmee onderhouden in een ander land is een ander verhaal.”
Lees ook
– Video: sprinkler vs geen sprinkler
– Sprinkleronderzoek: de belangrijkste conclusies
– Utrechtse Dom neemt geen risico met sprinklers en sensoren
Dit artikel is eerder gepubliceerd op 7 maart 2018






