Hoe waarborg je de brandveiligheid in een multifunctioneel gebouw waar bovendien regelmatig theaterrook wordt gebruikt? Het Atlas Theater in Emmen opende eind 2016 haar deuren en werd uitgerust met een geïntegreerde brandmeld- en ontruimingsinstallatie. Speciale sensoren kunnen goed onderscheid maken tussen theaterrook en daadwerkelijke rook.
De nieuwbouw bevat een theaterzaal met 820 zitplaatsen en een kleinere zaal met 1000 staplaatsen/300 zitplaatsen. Ook biedt het gebouw onderdak aan het hoofdkantoor van Wildlands Adventure Zoo (voorheen Dierenpark Emmen), congreszalen en horecavoorzieningen. De BMI en OAI werden aangelegd door Harwig Beveiligingstechniek uit Emmen. Het bedrijf werkte met de producten en systemen van Hertek. Alfrend Veldsink van Harwig Beveiligingstechniek: “Zij hebben indertijd ook het principeontwerp gemaakt. Dat moest vervolgens nog worden uit-geëngineerd en uitgevoerd, en dat hebben wij allemaal gedaan.”
Brandveiligheid zonder loze meldingen
Vooral het theaterdeel vormde volgens Veldsink een extra uitdaging: “Denk aan de grote hoogte van de theaterzaal plus de constructies en doeken aan het plafond, waardoor we niet met standaarddetectie uit de voeten konden. Hier moesten we andere technieken toepassen. Daar komt nog bij dat tijdens sommige optredens en voorstellingen gebruik wordt gemaakt van ‘theaterrook’ uit zogeheten hazers. Dan wil je natuurlijk niet dat daardoor het brandalarm afgaat. Op die uitdagingen hebben we een passende oplossing gevonden. Uiteindelijk hebben we met brandproeven aangetoond dat ook allemaal goed werkt.”
Het ‘functiebehoud monteren’ van de brandmeldbekabeling in het gebouw bleek ook een uitdaging. Veldsink: “In dit geval is dat voor het grootste deel gerealiseerd door het maken van lussen met standaardbekabeling. Op het moment dat er sturingen vanuit de lussen worden gedaan, mag – simpel gezegd – een lus niet twee keer door eenzelfde brandcompartiment lopen. Door de vele hoogteverschillen in het gebouw is dat een enorme puzzel geweest om dat goed te ontwerpen.”
“Het gebouw bevat ruim vijftig handmelders en circa 440 automatische brandmelders
Brandmelders
Het gebouw bevat ruim vijftig handmelders en circa 440 automatische brandmelders. De automatische melders zijn vooral optische rookmelders van het type BIM519. Vanwege de theaterrook hangen in beide zalen en in de omringende toneelruimtes een honderdtal melders van het type BIM531. Deze duurdere multisensor melders detecteren zowel CO/CO2, als een snelle stijging van de ruimtetemperatuur. Ze reageren ook op echte rook, maar zijn veel minder gevoelig voor theaterrook.
Aspiratiesystemen
Omdat er een theaterfunctie aanwezig is in het gebouw, waren aanvullende maatregelen nodig. Omdat puntmelders maar tot een hoogte van twaalf tot hooguit 15 meter mogen worden toegepast, is voor de achttien meter hoge theaterzaal en de lagere kleine zaal gekozen voor aspiratiesystemen.
Aspiration Smoke Detection (ASD) is een actief rookdetectiesysteem, waarbij in een ruimte via geperforeerde buizen aan het plafond lucht wordt aangezogen. De lucht wordt vervoerd naar een sensor om de aanzuigbox, waar vastgesteld wordt of er sprake is van rookontwikkeling. Harwig Beveiligingstechniek koos niet voor een standaard ASD, maar een veel gevoeliger variant genaamd HSSD (High Sensitive Smoke Detection). Op enkele andere plaatsen in het gebouw – bijvoorbeeld in de liftschachten – zijn in totaal nog eens zes aspiratiesystemen geplaatst.
“Er is gekozen voor een High Sensitive Smoke Detection-systeem
Extra lussen brandmeldcentrale
De brandmeldinstallatie maakt gebruik van twee onderling gekoppelde centrales uit de Penta-5400 serie van Hertek. Beide centrales zijn uitgebreid van twee naar vier lussen. Zes lussen liggen in het theaterdeel van de nieuwbouw en twee in het Wildlands-deel. Om meldingen goed te kunnen monitoren, zijn ook drie nevenpanelen aangebracht: een bij de kassa, een bij de zalen en een in de regieruimte. Als iemand een handmelder activeert, geeft de brandmeldinstallatie dat meteen door aan de ontruimingsinstallatie. Deze maakt gebruik van het slow-whoop signaal en het gesproken woord; een voorgeprogrammeerde stem die oproept het gebouw te verlaten.
Wanneer een melding binnenkomt van aan automatische melder, controleert eerst iemand van de organisatie of er daadwerkelijk brand is. Binnen vijf minuten moet de installatie dan gereset worden als er sprake is van een loze melding. Als deze handeling niet wordt verricht en er dus daadwerkelijk sprake is van brand, wordt de ontruimingsinstallatie geactiveerd en vindt een doormelding naar de alarmcentrale plaats. De ontruiming treedt dan in werking, waar de compartimentering van het gebouw een belangrijke rol bij speelt.
Loze meldingen verleden tijd?
Wat zijn na bijna een jaar de ervaringen met loze meldingen? Veltsink: “Tot nu toe erg goed. Helemaal in het begin bleken mensen tijdens een voorstelling met theaterrook toch ergens een deur open te trekken; waarvan wij dachten dat die gewoon dicht zou blijven. Daardoor kregen we wat ongewenste meldingen en daar hebben we op geacteerd door de installatie aan te passen en enkele BIM519 melders te vervangen door BIM531 melders. Momenteel is het systeem stabiel en draait het storingsloos.”
Bron: Installatiejournaal
<<Lees ook: Slimme brandmeldinstallatie in Museum Voorlinden>>
<<Lees ook: Brandmeldinstallatie kopen? Deze 8 punten helpen je op weg>>






