Op initiatief van Brandveilig.com discussieerden acht professionals uit de branche over certificering en brandveiligheid. De discussie stond onder leiding van Hans Van Waes.
De kwaliteitsborging voor brandveiligheid verschuift de komende jaren van de overheid naar de private markt en dat is een uitdaging voor de brandveiligheidsketen. Gebouweigenaren moeten worden bevrijd van de illusie dat product- en installatiecertificaten een brandveilig gebouw garanderen en de ketenpartners in brandveiligheid moeten op de bouwplaats beter samenwerken voor een kwalitatief beter eindresultaat. Dat is in een notendop de conclusie van een rondetafeldiscussie over certificering en brandveiligheid, op initiatief van Brandveilig.com. Werk aan de winkel voor de brandbeveiligingsbranche op de drempel naar een nieuwe era.
>> Lees ook Lachen om Wet private kwaliteitsborging
>> Lees ook De 5 trends in brandveiligheid

Hans van Waes
Een panel van acht vertegenwoordigers van de brandveiligheidsbranche boog zich onder leiding van Hans van Waes van Briks Advies over een viertal prikkelende stellingen. Rode draad in de discussie was de functie van certificering bij het waarborgen van de brandveiligheid van bouwwerken. De verwachtingen van gebouweigenaren, beheerders en gebruikers zijn in dat opzicht vaak te hoog gespannen. Zij laten zich te gemakkelijk door aannemers en architecten overtuigen dat ze wel safe zitten als ze voldoen aan het Bouwbesluit en gecertificeerde brandveiligheidsvoorzieningen aanschaffen.
Kwaliteitsborging voor brandveiligheid

Roy Senden
Maar daarmee wordt een papieren werkelijkheid gecreëerd, die niets zegt over het feitelijke brandveiligheidsniveau in een gebouw, luidde de eerste stelling. Mee eens, oordeelden de gespreksdeelnemers, maar wel met enkele nuanceringen. “Want productcertificaten en installatiecertificaten zijn twee totaal verschillende dingen”, benadrukt Roy Senden van Brand Veiligheid Inspecties. “Om het brandveiligheidsniveau in een gebouw integraal te kunnen beoordelen, moet je het hele samenspel van bouwkundige, installatietechnische en gebruiksaspecten in samenhang beschouwen, inclusief de kwaliteit van het installatieproces.”
Jos Esselbrugge van Theuma deuren en kozijnen zit ook op die lijn. Ook hij ziet in de praktijk dat een productcertificaat niet zaligmakend is als de randvoorwaarden om het product heen niet kloppen. “In de testopstelling in de fabriek voldoen onze kozijnen en deuren aan de strengste normen voor brandwerendheid. Bij montage ontstaan problemen niet bij de geleverde kozijnen of deuren zelf, maar bij wat we niet leveren, namelijk de aansluiting op de bouwkundige constructie. Onjuiste montage van het product of niet correcte aansluitdetails op de bouwplaats kunnen de brandwerende functie van een product aantasten.”

Maikel van der Hulst
Een conclusie die ook door andere deelnemers uit de bouw- en installatiebranche wordt gedeeld. De ervaringen wijzen op een fundamenteel knelpunt in het domein brandveilig bouwen, dat gedurende de discussiebijeenkomst regelmatig terugkwam: een gebrek aan samenwerking op de bouwplaats. Maikel van der Hulst, specialist ruimtelijke ordening bij Brandweer Flevoland, ziet het in zijn preventiepraktijk maar al te vaak. “De cohesie ontbreekt vaak. Op de bouwplaats doet ieder zijn eigen ding. De aannemer zet het pand neer en onderaannemers en installateurs gaan vervolgens aan de slag met hun eigen onderdelen en laten die afzonderlijk testen en certificeren. Aan het eind van de rit voldoen alle geleverde producten op zich wel aan de normen, maar het totaal niet, doordat de samenhang ontbreekt.”

Wim Pruim
De oplossing voor dit knelpunt ligt volgens de deelnemers voor de hand. Aannemers, adviseurs, productleveranciers en installateurs zouden niet als ‘einzelgängers’ de bouwplaats moeten betreden, maar veel meer in samenhang moeten opereren. Wim Pruim van Breman brandbeveiliging vat het als volgt samen: “Adviseurs, aannemers en installateurs werken nu in de uitvoering niet goed samen. Daar is echt winst te boeken. Als installateurs weten we ook niet alles, dus maak gebruik van de kennis en kunde van andere partijen en zoek naar synergie in het bouw- en installatieproces.”

Joric Witlox
Joric Witlox van Brandveilig Bouwen Nederland doet er nog een schepje bovenop door te wijzen op de cultuur van ‘wijzen en afschuiven’. “Partijen in de branche hebben de neiging te wijzen op tekortkomingen van anderen als er in het bouwproces iets misgaat. Daar moeten we van af. Als we onszelf als professionals serieus willen nemen, moeten we stoppen naar elkaar te wijzen en gaan samenwerken voor een intrinsiek veilig gebouw!”
Voorbij de minimumregels

Johan Bijvank
Voor een integraal brandveilig gebouw heeft ook de gebouweigenaar/beheerder als eindverantwoordelijk opdrachtgever zijn rol in het spel te spelen. Een partij die aan de discussietafel node werd gemist. De opdrachtgever krijgt niet automatisch een brandveilig gebouw als hij compliant is met het Bouwbesluit en bij een brandveiligheidsinspectie de certificaten kan overleggen. Brandveiligheid is in dit opzicht volgens gespreksleider Hans van Waes een kwestie van bewustwording en gedragsverandering.
Maar ook dat is een weerbarstige opgave. Waarom zou je extra geld investeren in een hoger niveau als het wettelijk minimum genoeg is? Sommige partijen gaan verder en benutten elke kans om regels en normen te omzeilen. Hoe verhoudt zich dit gedrag tot certificering? Een stelling onder verwijzing naar het dieselschandaal bij Volkswagen. Werken certificering en normering fraude in de hand?
Johan Bijvank van Promat Bouwkundige Brandpreventie ziet dat risico wel: “In een cultuur waarin alles is dicht geregeld met normen, ontstaan allerlei subculturen waarbinnen mensen zoeken naar redenen om de regels te ontduiken. Maar fraude is crimineel gedrag en dat is iets anders. Ik geloof niet dat een gebouweigenaar bewust onveiligheid wil creëren.”

Willem van Oppen
Willem van Oppen van het CCV pareert de suggestie van fraudegevoeligheid van certificering stellig. “Ik zie die link niet. Certificering en fraude verdragen elkaar niet. We moeten certificering ook zien in het juiste perspectief. Normen zijn gestolde consensus en als je volgens de normen werkt komt er een product of dienst tot stand dat brengt wat je er van mag verwachten. Certificering is niets anders dan onder toezicht en steekproefsgewijze controle van een onafhankelijke certificatie-instelling verklaren dat je volgens de norm hebt gewerkt. Maar er zijn natuurlijk altijd partijen die om welke reden dan ook niet aan de norm willen voldoen.”
Volgens de ronde tafel van Alphen is de uitdaging voor de brandveiligheidsbranche dat opdrachtgevers en gebouwgebruikers beter worden ‘gecoacht’ in het ontwerp- en bouwproces, om qua brandveiligheidsniveau voorbij de minimumregels te komen. Vergeet het Bouwbesluit, nuanceer de rol van certificering en denk zelf na over het belang van een brandveilig gebouw en welke maatregelen en voorzieningen nodig zijn om dat doel te bereiken. Maar met welke argumenten kan de bouwsector hiertoe worden gemotiveerd?
“Motivatie is afhankelijk van het belang van de opdrachtgever”, stelt Johan Bijvank. “De urgentie om naar een hoger brandveiligheidsniveau te streven dan de norm voorschrijft, is afhankelijk van de vraag wat hij erbij te winnen heeft.”

Henk van Herpen
Henk van Herpen van Alprokon aluminium is het daarmee eens: In zijn beleving willen veel mensen pas tot actie overgaan als zich een ernstig incident met grote bedrijfsschade of slachtoffers heeft voorgedaan. Het voorkomen van zo’n crisis en van een bezoedeld imago zou genoeg motivatie moeten zijn om niet puur naar de normen en regels te kijken maar een hoger brandveiligheidsniveau te willen. “Het bepalen van de norm is niet het einde, maar een begin. Alle partijen in de keten zouden zich ervoor moeten inspannen om via innovatie de lat steeds hoger te leggen. Daar is echte brandveiligheid mee gediend.”
Maar is het brandveiligheidsniveau in Nederland nu zo echt zo slecht? Nee, nuanceert Roy Senden. “Tot de komst van het Bouwbesluit is er negentig jaar niets gedaan aan normering en kwaliteitsborging en nu moet het ineens allemaal snel. Laten we het positief benaderen en erkennen dat er de afgelopen dertig jaar al heel veel brandveiligheidswinst is geboekt.”
Private kwaliteitsborging
En ook de komende jaren kan weer een forse kwaliteitsslag worden gemaakt. Een stelselwijziging biedt nieuwe kansen, want de kwaliteitsborging voor brandveiligheid zal steeds meer verschuiven naar private partijen. Twee stellingen tot slot over de gevolgen voor de brandveiligheidsbranche. Is het lastig voor marktpartijen om zelf een certificeringsstelsel op te zetten? En mogen alleen gecertificeerde bedrijven zich dan nog op de bouwplaats vertonen?
Om met dat laatste te beginnen: nee, menen de deelnemers, want ook niet gecertificeerde bedrijven zijn in staat om goede producten en diensten te leveren. Bovendien moeten opdrachtgevers en aanbieders ook de ruimte krijgen om te innoveren en qua brandveiligheidsniveau boven de norm uit te stijgen.
Het zelf opzetten van een certificeringsstelsel door marktpartijen biedt perspectief, maar is volgens de discussiedeelnemers lastig omdat de Nederlandse brandveiligheidsmarkt door de grote mate van versnippering ingewikkeld in elkaar zit. Eerst moet de samenwerking binnen de keten verbeteren, zodat partijen elkaar in de ontwerp- en bouwfase beter weten te vinden. Het Bouwwerk Informatie Model (BIM) kan een kansrijke methode zijn om die grotere samenwerking en afstemming te realiseren. De deelnemers vinden het prima dat de markt zelf aan de slag gaat om een systeem van private kwaliteitsborging op te zetten. Want daar zit de benodigde kennis. Willem van Oppen van het CCV zegt in aansluiting hierop dat er nog wel een kloof is tussen wat de private markt nu kan en wat zij volgens de overheid zou móeten kunnen. Het CCV onderzoekt samen met de branche of het Model Integrale Brandveiligheid Bouwwerken een fundament kan zijn voor private kwaliteitsborging.
Samenvattend zien alle deelnemers aan de rondetafeldiscussie de kansen die een stelsel van private kwaliteitsborging biedt. Kansen om de positie van de brancheveiligheidsbranche als geheel te versterken en tegelijk de kwaliteit verder te verbeteren. Maar niet van vandaag op morgen. Want gelet op de complexiteit van de markt en de benodigde instrumenten is naar de overtuiging van de deelnemers 2017 als streefjaar voor realisatie van private kwaliteitsborging zeker niet haalbaar.






