Nederland kent 6.400 rijksmonumentale boerderijen. In de periode 2008–2014 constateerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 56 branden in deze monumenten. Dat is gemiddeld elke anderhalve maand één brand. Wat zijn de oorzaken en welke maatregelen kunnen we treffen?
De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed kent een speciale afdeling gericht op de (brand)veiligheid van cultureel erfgoed. Ben Kooij, bouwhistoricus en werkzaam bij de Rijksdienst: “Deze Afdeling Veilig Erfgoed geeft voorlichting en doet onderzoek naar incidenten. Om te zien wat er precies speelt, worden de incidenten geregistreerd in een database. Regelmatig is er overleg met Brandweer Nederland en de regionale brandweer.” Gevraagd hoe het beste om te gaan met branden bij monumenten, is Kooij duidelijk: “Bij een eventuele brand in het Rijksmuseum kun je niet zomaar de spuit erop zetten. Het pand herbergt een enorme waarde aan kunst. Bestrijding van brand moet uitermate voorzichtig en met beleid gebeuren. Uiteraard proberen we door preventieve maatregelen de risico’s zoveel mogelijk te beperken en tijdig brand te signaleren.”
Rijksmonumentale boerderijen
Wat zijn nu de risico’s op brand bij rijksmonumentale boerderijen, zeven procent van alle historische boerderijen in Nederland? En welke maatregelen moeten er worden genomen? Zoals bekend, stelt de overheid eisen aan de brandveiligheid van gebouwen. Echter, er zijn geen speciale eisen voor monumenten. Bij een verbouwing van een rijksmonumentale boerderij gelden de regels voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit 2012. De regelgeving geeft het minimale niveau van brandveiligheid aan. Veelal is bij rijksmonumentale boerderijen in combinatie met brandveiligheid de onwetendheid het probleem, zegt Kooij. “Mensen trekken weg van het platteland. Boerderijen komen leeg te staan of krijgen een andere functie. Dat heeft invloed op de brandveiligheid. De boer kende de boerderij. De nieuwe eigenaar (nog) niet. Hij is soms onwetend van de risico’s van brand. Gooit bijvoorbeeld een hoop hout in de kachel voor een warm vuurtje, zonder rekening te houden met het feit dat het schoorsteenkanaal tientallen jaren niet gebruikt en geveegd is. Gevolg? Er kan zomaar een brand ontstaan. En wat als een boerderij een Bed & Breakfast wordt? Meer mensen betekent meer risico op brand. Denk aan kinderen die op het open erf met vuur spelen. Er moet geen dieseltank in de buurt staan.”
Schoorsteenkanaal
Een groot deel van de branden in rijksmonumentale boerderijen ontstaan in het eerder genoemd schoorsteenkanaal. De constructie van een schoorsteen dient onbrandbaar en rookdicht te zijn. Bij een open haard is een goed functionerende klep van belang; een die direct kan worden gesloten bij een schoorsteenbrand. Kooij: “Voor een goede trek mag het kanaal geen grotere knik dan 30 graden maken. Dit om brandgevaarlijk vuil in de knik te voorkomen. Een vonkenvanger boven op de schoorsteen verhindert dat er vonken op het (rieten!) dak terecht komen en dat vogels zich niet in het rookkanaal nestelen.” Bij rijksmonumentale boerderijen komt brandstichting helaas vaak voor. Met de laag doorlopende rieten daken en het vele hout zijn de boerderijen eenvoudig in brand te steken. Bovendien liggen ze meestal in afgelegen gebieden.
Kooij over het rieten dak: “Dat is, zoals we weten, uitermate brandgevoelig. Zo’n dak vastgeschroefd op brandveilige platen vermindert het 
Defect
Kooij vervolgt: “Blikseminslag is eveneens een risico. Iets wat op het open platteland vaker gebeurt dan in een stad. Door het plaatsen van hoge bomen bij de boerderij, is brand door bliksem enigszins te voorkomen. Of wat te denken van een bliksemafleider op het dak? Het installeren ervan is overigens bij monumentale panden niet verplicht. Een bliksemafleider speelt wel een rol bij de subsidie-aanvraag voor een verbouwing.” De belangrijkste oorzaak van brand ligt bij defecte elektrische apparatuur en gasapparaten. Het mag duidelijk zijn, het schoonhouden en onderhouden van deze apparatuur is van uitermate belang. Het is raadzaam de boerderij in te delen in compartimenten. Een brandmuur houdt de brand een tijdje tegen. Volgens het Bouwbesluit is de opdeling in compartimenten voor een groot gebouw verplicht. Een historische boerderij echter, is volgens de toen geldende regels, normen en eisen gebouwd. Het kan zo maar zijn dat er in 100 jaar niets aan veranderd is. We spreken dan over het rechtens verkregen niveau. De eigenaar kan niet gedwongen worden tot aanpassingen. Pas als hij wil verbouwen, dan moet hij aan de huidige eisen voldoen. “Dat neemt niet weg dat de eigenaar uit eigen beweging brandveilige voorzieningen kan uitvoeren, zoals het aanbrengen van automatische brandmelders in de belangrijkste verblijfs- en werkruimten”, aldus Kooij.
Weinig eisen
Verzekeraars stellen weinig of geen eisen, vertelt Kooij. “Ze beoordelen een boerderij naar herbouwwaarde, bedrijfsrisico’s en brandgevoeligheid. Daarom is het belangrijk te controleren of de herbouwwaarde van het pand is vastgesteld en of in de polis vermeld staat dat het een rijksmonument betreft. Een fotoserie van de binnen- en buitenkant van de boerderij voor de brand – met foto’s van de genomen voorzorgsmaatregelen én documenten – helpt om de schade met de maatschappij goed af te handelen.”
Is brandveiligheid van rijksmonumentale boerderijen een brandende kwestie? We praten immers over slechts zeven procent van alle historische boerderijen in Nederland. ‘Ja’, zegt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Historische boerderijen zijn niet alleen een tegenwicht tegen de groeiende verstedelijking, de oprukkende bedrijventerreinen en de sterk veranderende maatschappij, maar ook voor de generaties na ons, zodat zij, net als wij, ervan kunnen blijven genieten. Daarbij blijven historische boerderijen economisch relevant als productiebedrijven van ons voedsel. Door brand kunnen ze verloren gaan. Het veilig in stand houden van cultuurhistorisch waardevolle boerderijen is hiermee in ieders belang.
Dit artikel is gepubliceerd in Brandveilig.com 03/2016. Nieuwsgierig? Blader Brandveilig 03/ 2015 door of bestel het nummer.





