De Amsterdamse gemeenteraad maakt zich ernstige zorgen over de brandveiligheid van het metrostelsel. Tijdens storingen in het systeem stonden onlangs drie metro’s vast in de tunnel. Dat schrijft Het Parool. Dit terwijl het beveiligingssysteem erop is gebaseerd dat metro’s altijd kunnen doorrijden naar het volgende station, het zogenaamde ‘safe haven’-principe.
Safe haven-principe
D66-raadslid Jan-Bert Vroege wilde van wethouder Egbert de Vries (Verkeer en Vervoer) weten hoe de stilstaande metrostellen te rijmen zijn met dit safe haven-principe, het belangrijkste uitgangspunt van het veiligheidssysteem van de metro. “Dit gaat om tunnelveiligheid. Kan de wethouder garanderen dat de boel het bij brand of een ander voorval, terreur bijvoorbeeld, wel doet?”
Vroege zegt zeer geschrokken te zijn dat passagiers in drie metro’s lange tijd hebben vastgezeten. “Het safe haven-principe, waarbij altijd een volgend station bereikt moet kunnen worden, heeft aantoonbaar niet gewerkt. Dit doet de vraag rijzen of bij echte calamiteiten de reizigers altijd in veiligheid kunnen worden gebracht.”
Andere partijen in de gemeenteraad vielen Vroege bij en eisten van De Vries een antwoord. De wethouder stelde dat het safe haven-principe werkt, maar dat hij later schriftelijk nog eens wilde terugkomen op de inzichten die de recente storingen hebben opgeleverd over het veiligheidssysteem.
Ongelukkig moment
De recente storingen komen voor de wethouder op een ongelukkig moment, want onlangs bleek dat de gemeente alsnog moet ingaan op eerder ontvangen kritische bezwaren over de brandveiligheid van het metrostelsel. In die zaak heeft de gemeente herhaaldelijk benadrukt dat het voor de veiligheid van de metropassagiers essentieel is dat voertuigen altijd kunnen doorrijden naar het volgende station, zodat zij zichzelf daar in veiligheid kunnen brengen. Zo’n ‘safe haven’ is met name belangrijk, omdat er halverwege de tunnels niet overal nooduitgangen zijn.





