Dinsdag 19 september vond in het iconische Eye Filmmuseum in Amsterdam het middagsymposium Rockwool Forum plaats. De zes lezingen van deze middag draaiden om het thema ‘brandveilig bouwen met meerwaarde’.
Initiatiefnemer Rockwool werd vertegenwoordigd door drie sprekers: Louis Cleef (Fire Safety Manager Benelux) was presentator van de middag, John Relou (Technical Marketing Manager) verzorgde een lezing over brandveilige gevels en Pascal van den Heuvel (Technical Engineer) vertelde over constructieve brandveiligheid.
Van regelgericht naar risicogericht (Emiel van Rossum)
De middag werd afgetrapt door Emiel van Rossum van Brandpreventie Academy. Hij hield een pleidooi voor een shift van regelgerichte naar risicogerichte brandveiligheid. Een regelgerichte benadering baseert zich op het Bouwbesluit, wat inhoudt dat de brandveiligheid maar zeer selectief en minimaal wordt ingevuld. De regelgeving moet vluchtveiligheid garanderen en brandoverslag naar de buren voorkomen. Dat zijn natuurlijk belangrijke elementen van brandveiligheid, maar verder geldt voor het gebouw een afbrandscenario. Een scenario dat ook door de brandweer vaak wordt gehanteerd. Dit betekent dat zaken als bedrijfscontinuïteit, imago, kostenderving enzovoorts allemaal onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer zelf vallen.
Volgens Van Rossum is en blijft het van groot belang om dit bewustzijn bij ondernemers te vergroten. Hij benadrukt dat bedrijven bij zichzelf te rade moeten gaan door het stellen van brandveiligheidsdoelen. Onder brandveiligheidsexperts is weinig discussie dat deze doelen breder moeten zijn dan de regels uit het Bouwbesluit. In zijn presentatie passeerden diverse typen gebouwen de revue en belichtte Van Rossum het brandveiligheidsniveau dat enkel met het Bouwbesluit kan worden behaald en het niveau dat op basis van extra brandveiligheidsmaatregelen kan worden bereikt. Uiteindelijk moeten ondernemers zich het volgende afvragen: welke risico’s met betrekking tot bedrijfscontinuïteit ben ik bereid te dragen, en andersom: welke investeringen in brandveiligheid ben ik bereid te doen?
De brandveiligheid in portiekflats is bijvoorbeeld zo geregeld dat de woningvoordeuren zelfsluitend moeten zijn. Dit heeft de maken met het feit dat deze bouwwerken vaak maar een vluchtweg bevatten: via het trappenhuis. Een breder perspectief op de brandveiligheid in dergelijke panden zou kunnen betekenen dat ook gekozen wordt voor het ventileren van het trappenhuis, waardoor de vluchtveiligheid aanzienlijk kan worden vergroot.
Brandveilige gevels (John Relou)
In de tweede lezing behandelde John Relou het belang van brandveilige gevels, aangezien een brand zich kan verspreiden via zowel het gevelmateriaal als de spouw. Relou stelde vraagtekens bij de regels uit het Bouwbesluit voor gevels: de gevelbekleding moet onder de 2,5 meter en boven de 13 meter brandklasse B bieden. Zijn twijfels hebben vooral te maken met de Single Burning Item-test, de in Europa geharmoniseerde test voor materialen. Volgens Relou is dit namelijk meer een productclassificatie dan een indicator voor de brandveiligheid van een gevel. Het type brand waarmee getest wordt (30 kilowatt en op een kleinschalig element) laat volgens hem te wensen over, zeker in vergelijking met andere, nationale brandtesten. Duitse en Britse testen zijn bijvoorbeeld vaak grootschaliger, maar missen hun toepassing doordat ze niet geharmoniseerd zijn.
Relou wijst tot slot op de grote verschillen die in brandklasse B-producten kunnen voorkomen. Zo zijn er veel producten met brandklasse B, maar met een hoge calorische inhoudt (de energie die vrijkomt bij volledige verbranding). Volgens hem betekent brandklasse B voor gevelmateriaal niet per se dat een product ook brandveilig is. Rockwool biedt producten die in brandklasse B vallen en een lage calorische inhoud hebben, aldus Relou.
Constructieve brandveiligheid (Pascal van den Heuvel)
Pascal van den Heuvel gaf een bevlogen pleidooi voor constructieve brandveiligheid van A tot Z, zoals hij het noemt. Er moet kortom oog zijn voor de constructieve brandveiligheid van een gebouw vanaf de initiatieffase en tekentafel tot het moment dat er brand uitbreekt en in de fase erna. In zijn presentatie behandelde hij de concepten brandreactieklassen (ongeveer hetzelfde als brandklassen) en de brandweerstand van constructies. Ook stabiliteit (R), vlamdichtheid (E) en thermische isolatie (I) van constructies passeerden de revue. Een groot gevaar ontstaat volgens Van den Heuvel namelijk als staal zo rond de 500 graden gaat vervormen, waardoor de constructie niet meer betrouwbaar is. De oplossing is volgens hem ook simpel: bescherm je constructies met brandwerende isolatie.
Hoe belangrijk is meeRWAarde? (Stan Veldpaus)
In de lezing van Stan Veldpaus van Colt International werd de geschiedenis van de rookwarmteafvoer belicht. Wat blijkt? Tot 20 jaar geleden werd RWA bijna standaard in industriegebouwen toegepast, maar sindsdien is het systeem enigszins op z’n retour. In België en andere Europese landen is RWA momenteel echter nog steeds gebruikelijk. In het Bouwbesluit van 2012 wordt RWA opnieuw gewaardeerd, maar alleen in tunnels langer dan 500 meter wordt dit ventilatiesysteem verplicht gesteld. De brandweer honoreert RWA niet als gelijkwaardige oplossing, want de toepassing van RWA houdt ook in dat de brandweer alsnog zal moeten ingrijpen. En dat is iets dat de brandweer van tevoren niet kan voorspellen. In de NEN 6079 wordt RWA gedeeltelijk gehonoreerd. Kortom, een uitdagende business waarin hoofdleveranciers Colt en Brakel-Atmos zich tot doel hebben gesteld RWA in een beter daglicht te zetten.
Inderdaad, zo erkent Veldpaus, is RWA niet voor alle scenario’s geschikt en moet je RWA vooral als maatregel in samenhang met andere brandveiligheidsmaatregelen bezien. Toch kan een RWA een belangrijke bijdrage leveren aan brandveiligheid, onder meer door het tot stand brengen van een veilige, rookvrije vluchtweg; een beter zicht op de brandbestrijding voor de brandweer en het voorkomen of uitstellen van een flash-over.
Kosten-batenanalyse van brandpreventie (Peter-Willem van Calis)

Allereerst behandelde Van Calis het concept risico; de uitkomst van kans x gevolg. Aan beide kanten kun je volgens hem wat veranderen: de kans dat iets gebeurt en de gevolgen als er iets gebeurt. In het rekenmodel worden de kosten voor bepaalde maatregelen afgezet tegen de risicovermindering die deze maatregelen zullen opleveren. Is de risicovermindering groter dan de investering? Dan heb je een goede businesscase, aldus Van Calis. In hetzelfde onderzoek voerde Nieman in opdracht van Rockwool een drietal vergelijkingen uit tussen de investering in en bijbehorende risicovermindering als gevolg van onbrandbare steenwol isolatie, kunststof isolatie, kunststof isolatie met een steenwol barrière en sprinklers. Hieruit blijkt dat onbrandbare isolatie kostenefficiënter is dan brandbare isolatiematerialen. Mits het toegepast wordt op lichte scheidingswanden. Bij stenen wanden gaat het verhaal dus niet (per se) op en volgens de onderzoekers zou hier onderzoek naar kunnen worden gedaan.
Afbrandscenario’s (Hans Sevenstern)
Hans Sevenstern van Marsh sloot de middag af met een praktijkverhaal over drie verschillende branden waar hij als consultant of brandweerman bij betrokken is geweest. Ook Sevenstern pleitte voor meer bewustwording en stelde dat Nederlandse bedrijven slecht scoren op continuïteit wanneer zij te maken krijgen met brand. Daarbij is het voor ondernemers belangrijk om te beseffen dat een verzekering vaak alleen de brandschade betaalt en (logischerwijs) niet alle bijkomende kosten van productie die stilligt, klanten die afhaken, imagoschade, doorbetaling van salarissen, enzovoorts. Veel ondernemers staan hier onvoldoende bij stil, evenmin bij de verraderlijke goedkeuring door de brandweer (een inspectie die weinig oog heeft voor bedrijfscontinuïteit).
Cleef nam het slotwoord en toonde zich hierin voorstander van het uitbreiden van de BIO-maatregelen, die volgens hem vooral op vluchtveiligheid gericht zijn, met S-maatregelen (schadebeperkende maatregelen). Alleen door deze extra maatregelen te nemen, kan de overgang van brand in een gebouw naar gebouw in brand beter worden voorkomen. Hij pleit er dan ook voor om schadebeperkende maatregelen aan het gebouw waar de brand ontstaat op te nemen in het Bouwbesluit.










