Brandveiligheid in nieuwbouw, een onbeschreven blad waarbij voldaan wordt aan alle regels en normen. Maar wat moeten we doen als het gebouw al bestaat, misschien zelfs al een zeer lange tijd? Dan begint de uitdaging!
Maar voordat ik begin over deze uitdaging even voorstellen. Mijn naam is Sjoerd Nieuwenhuizen en ik ben ruim twaalf jaar werkzaam als adviseur en projectleider brandveiligheid bij een adviesbureau in Nederland, gevestigd in Utrecht. Onze opdrachtgevers zijn voornamelijk gebouweigenaren en gebruikers van gebouwen. Daarbij ben ik, als velen in de wereld van brandveiligheid, vrijwilliger bij de brandweer in mijn woonplaats.
Wellicht herkennen medeadviseurs dit wel. Een gebouweigenaar komt naar je toe, vaak met een brandbrief van de gemeente in zijn hand: help mij! Daar begint de puzzel. Je zou ervoor kunnen kiezen om direct te toetsen aan het Bouwbesluit bestaande bouw; prima voor gebouwen van vijftig jaar oud. Maar dit is soms toch echt te kort door de bocht. Wat te doen als het pand van na 1991 is? Want er is regelmatig nagedacht over brandveiligheid in het gebouw. Er zit bijvoorbeeld spiegeldraadglas in puien rond de trappenhuizen. Maar hoe zit dat nu precies in elkaar? Waar loopt de brandscheiding? Waarom is de ene kantoorvleugel wel voorzien van sprinklers en de andere vleugel niet?
Soms geven de archieven van de gebouweigenaar duidelijkheid. Met een beetje pech is het gebouw al vijf keer van eigenaar veranderd en het enige wat er dan tevoorschijn komt is een foto van de tekening van de gebruiksvergunning uit 1998 waar slechts een klein deel van het gebouw op staat. Daarna naar het stadsarchief; daar vind je vaak al wat meer, als het meezit.
Nu hoor ik jullie denken, Sjoerd wat verwacht je dan van deze gebouwen? Na al die tijd geen stukken meer op tafel… Tja, voor gebouwen uit de jaren ’90 is dit misschien logisch, maar dit gebeurt ook bij gebouwen die in de laatste tien jaar zijn opgeleverd, ook deze onder de noemer bestaande gebouwen. Mijn ervaring: dit is meer regel dan uitzondering! Daarom een voorstel aan mijn medeadviseurs: laten we vanaf vandaag beginnen met het goed registreren van brandveiligheidsplannen van een gebouw in een brandpreventieplan. Niet alleen de eisen waar het aan moet voldoen, maar met name het waarom. Waarom ligt de brandscheiding hier en niet daar? Wat is de afweging geweest om voor sprinklers te kiezen? En al wat nog meer bepalend is voor de brandveiligheid van een gebouw.
Laten we vanaf vandaag beginnen met het goed registreren van brandveiligheidsplannen van een gebouw in een brandpreventieplan
Aan alle bouwers van Nederland: neem een brandveiligheidsadviseur in de arm, het liefste degene die het ontwerp gemaakt heeft. Zorg voor herleidbare logboeken en niet een e-mail met een stapel certificaten. Maar nog belangrijker: als je afwijkt van het ontwerp, laat de adviseur dan goed vastleggen waarom dit is gedaan. En bij de oplevering: maak een goede revisie van het brandpreventieplan van het gebouw. Hoe lopen de scheidingen, hoe moet je het gebouw gebruiken en wat zijn de beperkingen?
En tot slot aan de vastgoedeigenaren: wees zuinig op dit brandpreventieplan. Het gaat om de veiligheid van mensen. En daarbij: weten wat je moet onderhouden, maakt onderhoud een stuk makkelijker, efficiënter en daarbij goedkoper en duurzamer. Dat past meer bij deze tijd, waar duurzaam en brandveilig gebruik van onze gebouwen vooropstaat.
Sjoerd Nieuwenhuizen is adviseur en projectleider brandveiligheid bij DVTAdvies.





