Het onvermijdelijke heeft plaatsgevonden in Haarlem: brand in een parkeergarage met redelijke tot grote economische en maatschappelijke schade (in ieder geval meer dan de 2 of 3 uitgebrande auto’s die we bij het ontwerpen van parkeergarages voor lief nemen).
Deze brand maakt een aantal interessante onderzoeksvragen actueel:
- We weten al enige tijd dat auto’s “spontaan” ontbranden tijdens het stilstaan, starten of rijden. Hoe groot is de kans op brand in een parkeergarage gerekend over de ontwerplevensduur van 50 jaar?
- Bij het ontwerpen van parkeergarages gaan we er vaak van uit dat stuwdrukventilatie en brandweerinzet toereikend zijn om de schade te beperken tot acceptabele omvang. Hoe groot is de kans op succes van een dergelijke brandweerinzet in de praktijk?
- Het alternatief wanneer de geplande brandweerinzet faalt noemen we “gecontroleerd uit laten branden”. Dit betekent dat we het blussen over laten aan de plaatselijke omstandigheden, en de inventiviteit en durf van de aanwezige brandweerploegen. Feitelijk ontbreekt het aspect “controle” bij deze inzetstrategie: controle verondersteld een voorspelbare uitkomst, zowel in termen van directe als indirecte schade. Wat is het totale schadebeeld van een parkeergarage die “gecontroleerd” uitbrandt?
Na een incident van deze omvang is het gebruikelijk dat politiek en bestuurders willen weten hoe groot de kans is dat een dergelijk incident ook onder hun verantwoordelijkheid kan plaatsvinden. De publieke roep om het sprinkleren van “alle” parkeergarages zal waarschijnlijk over enige tijd weer verstommen, dan wordt het tijd voor werkelijk en fundamenteel onderzoek, waarbij we de kennis van onze zuiderburen zeker zullen kunnen gebruiken.



