Brandhaspels, branddekens, brandblussers. Ze vormen de zogenoemde kleine blusmiddelen, en je kunt er beginnende branden uitstekend mee bedwingen. Maar toch… voordat je zo’n blusser van de muur trekt, moet je wel weten wat je doet. Welk blusmiddel is bijvoorbeeld geschikt voor welke branden?
Door Peter Passenier
Het lijkt een gewone ochtend, in een gewoon bedrijf. Maar dan schrikt een van de medewerkers plotseling op: uit die kamer daar slingeren kleine slierten rook. Geen tijd voor nader onderzoek: de man grist de brandblusser van de muur en rent naar de rook toe. Een beginnende brand moet je immers zo snel mogelijk blussen.
In 90% van de gevallen gaat het om een zogenoemde vastestofbrand
90% van branden te blussen met gangbare blusser
Hoe dit verhaal afloopt? Rudolf van Mierlo, senior adviseur brandveiligheid bij DGMR kan het niet met zekerheid zeggen. “Allereerst hangt veel af van de aard van de brand, want niet ieder blusmiddel is geschikt voor iedere soort brand. Natuurlijk, in 90% van de gevallen gaat het om een zogenoemde vastestofbrand. Dan hebben we het bijvoorbeeld over materialen als hout, papier en katoen in een prullenbak. Of over kunststoffen in meubilair en stoffering. Dat soort branden kun je met iedere gangbare blusser bedwingen.”
Andere branden

Rudolf van Mierlo: “Allereerst hangt veel af van de aard van de brand, want niet ieder blusmiddel is geschikt voor iedere soort brand.”
Maar anders ligt dat volgens hem bij een zogenoemde vetbrand. “Iedereen weet waarschijnlijk wat je niet moet doen met brandende olie: je moet er geen plens water over gooien. Breekt er brand uit in een pan of frituurstel, dan moet je goed nadenken hoe je dit gaat aanpakken. In sommige keukens hangt een branddeken, maar een paar jaar geleden bleek uit onderzoek dat die dekens gevaarlijk kunnen zijn.”
“Sommige ontbranden zelfstandig; andere absorberen het vet, en komen dan tot ontbranding. Dus kun je beter proberen om de deksel op zo’n pan of frituurstel te doen om de zuurstof toevoer te onderbreken. Iets soortgelijks kun je bereiken met een blusser met schuim, al is dat minder betrouwbaar.”
Blussen met poeder
Een zeldzamer scenario dan: een gasbrand. “Dat is brandklasse C”, vertelt Van Mierlo. “En zo’n brand moet je blussen met poeder. Dit soort blusmiddellen kennen voordelen en nadelen. Positief is dat je ze niet alleen voor gasbranden kunt gebruiken, maar ook voor alle andere branden – behalve een vetbrand en speciale metaalbranden. Maar er is een groot nadeel: dat poeder is erg agressief, agressiever zelfs dan schuim. De kleine deeltjes dringen binnen in allerlei apparatuur en werken corrosief. Dus meestal kun je die apparatuur na afloop weggooien.”
De voor- en nadelen van CO2
Dus zie je dat mensen bij branden in elektrische installaties gebruikmaken van een ander blusmiddel: CO2. Ook dit middel kent volgens Van Mierlo voor- en nadelen. “Het grote voordeel is dat dit relatief weinig schade toebrengt aan een elektrische installatie en elektronica. Het nadeel is dat de bluskracht niet groot is. Bovendien kan het leiden tot kortetermijnrisico’s.”
Aan de andere kant… daardoor is dit blusmiddel niet zo effectief
“CO2 dooft het vuur omdat het de zuurstof verdrijft. Dus een grote CO2-brandblusinstallatie maakt een hele ruimte voor mensen onleefbaar, en daarom moeten die mensen dat vertrek onmiddellijk verlaten. Ook kleine CO2-brandblussers zijn daarom niet zo geschikt voor kleine ruimtes. Alleen buiten of in grote ruimten loop je geen risico: die geringe hoeveelheid CO2 is daar zo weer verdwenen. Aan de andere kant… daardoor is dit blusmiddel niet zo effectief. Het is alleen geschikt voor kleine brandjes, of bijvoorbeeld in afgesloten kasten.”
Bij bepaalde risico’s zorgen voor geschikte blusmiddelen
Terug naar het scenario waarmee we begonnen. De beginnende brand in een van de ruimtes, en de ijverige medewerker die hem met een brandblusser te lijf gaat. Zijn succes hangt dus af van het soort brand en het soort blusmiddel, maar volgens Van Mierlo zullen die twee waarschijnlijk goed op elkaar zijn afgestemd.
“Nogmaals, als in een doorsnee-bedrijf brand uitbreekt, is dat meestal door vaste stoffen, en dan is een standaardblusser prima geschikt. In andere gevallen heb je te maken met specifieke risico’s: het branden van vloeistoffen, gassen, vetten of zelfs metalen. Als zulke risico’s zich voordoen, mag je van een werkgever verwachten dat die ook gezorgd heeft voor de geschikte blusmiddelen.”
Succesvol blussen niet gegarandeerd
Maar ook al is het blusmiddel geschikt, dan is succesvol blussen nog niet gegarandeerd. “Natuurlijk”, zegt Van Mierlo, “een getrainde BHV-er kan met die blusmiddelen omgaan. Maar hoe zit het met iemand die daar nooit een training in heeft gehad? Kijk bijvoorbeeld naar brandhaspels. Die bieden het voordeel van een onbeperkte capaciteit: zij hangen immers aan een – speciale – waterleiding.
Maar aan de andere kant, ze zijn vaak weggewerkt achter rode luiken, en zijn voor een willekeurige medewerker misschien niet altijd zo uitnodigend voor gebruik. Bovendien, het komt voor dat zo’n medewerker die slang 15 meter heeft uitgerold, en dan ontdekt dat er geen water uitkomt omdat de kraan niet is opengedraaid. Dat kan leiden tot veel tijdverlies.”
Beveiligd met borgingspen
De rode brandblussers aan de muur zijn veel makkelijker te bedienen. Maar toch, volgens Van Mierlo kan een leek ook hiermee in de fout gaan. “Zo’n blusser is beveiligd met een borgingspen. Die moet je er dus eerst uittrekken. Vervolgens moet je die blusser niet richten op de vlammen, maar op het object dat in de brand staat.”
Dat is niet al te ingewikkeld – maar zulke momenten zijn vaak behoorlijk stressvol
“Dat is niet al te ingewikkeld – maar zulke momenten zijn vaak behoorlijk stressvol. In dergelijke gevallen filtert het brein alle signalen weg die niet horen bij de primaire activiteit: dat blussen. En dus is het mogelijk dat iemand het al snel opgeeft, omdat hij niet aan die borgingspen denkt, en tot de conclusie komt dat de blusser niet functioneert.”
Wegwezen
Nog een keer terug naar dat scenario waarmee we begonnen: de man die de beginnende brand gaat blussen. Een goed idee, vindt Van Mierlo, maar voer het niet te ver door. “Branden blussen doe je om twee mogelijke redenen: het voorkomen van slachtoffers en het voorkomen van schade. In het gemiddelde bedrijf is de kans dat er doden vallen, te verwaarlozen. Je mag verwachten dat niemand ligt te slapen, en de meeste mensen zijn mobiel. Daarom luidt het devies hier meestal: laat het over aan de BHV, en aan de professionals bij de brandweer. Een beginnende brand blussen, is prima. Maar als dat niet meteen lukt, moet je wegwezen.”
Lees ook:
Volg Brandveilig op LinkedIn





