Artikelen, Nooduitgang, Vluchtweg

15-02-2010

Nooddeuren en vluchtdeuren, oplossingen in de praktijk

Nooddeuren en vluchtdeuren, oplossingen in de praktijk
Duwbalk in onderdelen
In 2008 blijkt het aantal slachtoffers als gevolg van brand opnieuw gestegen. Kennis van brandveiligheidsvoorschriften én het geven van voorlichting blijven daarom hard nodig. Reden voor Brandveilig.com om een aantal artikelen te wijden aan de regelgeving

Bij beheerst vluchten gaat het doorgaans goed, maar als paniek uitbreekt wordt het gevaarlijk. De voorwaartse kracht van een duwende menigte kan vooraan oplopen tot een dodelijke 500 kilo. Mensen die twee rijen naar achteren staan, zien het gevaar misschien, maar kunnen daar weinig aan doen. Door het gedrang ontstaat een zogenoemde Romeinse boog, een simpele, maar uiterst stevige constructie waarbij mensen elkaar klem zetten. Daardoor komen nog maar druppelsgewijs mensen weg. De brand in de nieuwjaarsnacht van 2001 in café ’t Hemeltje in Volendam is een van de bekendste en voorbeelden waar het helemaal mis ging. Een van de problemen was dat de nooduitgang was gebarricadeerd.

Het gaat nog steeds vaak mis

Uit inspecties blijkt dat dit nog steeds vaak voorkomt. Reden waarom de nadruk in de regelgeving van oudsher ligt op veiligheid: nood- en vluchtdeuren moeten zeer gemakkelijk, met één lichte duw, te openen zijn. De laatste jaren is daar het punt van inbraakwerendheid aan toegevoegd. Want snel kunnen vluchten is één ding, maar tegelijkertijd willen gebouwbeheerders inbraak voorkomen. Daarnaast moet er in het beheer voor worden gezorgd dat die deur niet oneigenlijk wordt gebruikt door bijvoorbeeld rokende medewerkers of voor verkoeling en ventilatie. Al deze factoren maken het beheer van nood- en vluchtdeuren er in de praktijk niet gemakkelijker op.

Definitie van een nooddeur

Welke regels zijn er en hoe gaat de markt om met het dilemma vluchten versus inbraakwerendheid? Om het antwoord te vinden op deze vragen moet eerst helder zijn waar we het precies over hebben. Sinds 2005 staat in het Bouwbesluit de volgende definitie voor een nooddeur: een deur die uitsluitend is bestemd om het bouwwerk te ontvluchten. Een dergelijk deur mag niet als schuifdeur worden uitgevoerd. Wel mag hij over een trottoir draaien. De afmetingen van de vrije openingen van een dergelijke deur moeten 0,85 bij 2,3 meter of meer zijn. De nooddeur zelf is vaak een enkelvleugelige geluidswerende stalen deur in de standaardmaat, voorzien van een dubbelwandig deurblad, uitgevoerd in verzinkt staalplaat en inwendig voorzien van steenwolisolatie. Deze deuren worden compleet met circa 2 millimeter dikke kozijnen geleverd met enkele of dubbele kierafdichting en met een deurdranger en een paniekslot met beslag. Met de komst van twee Europese normen, NEN-EN179 (Emergency exit devices) en NEN-EN 1125 (Panic exit devices) is het onderscheid gekomen tussen nood- en vluchtdeuren. Een nooddeur is bedoeld voor uitgangen waarbij niet direct sprake is van panieksituaties, vaak in kleinere, overzichtelijke organisaties. Meestal voorzien van een bij nood te openen insteekslot, met een ontgrendelingsmechanisme van binnenuit.

Dit soort sloten blijft van buitenaf met onder andere een sleutel te openen. Een vluchtdeur of paniekdeur wordt gebruikt voor uitgangen in gebouwen met functies waarbij grote groepen mensen samenkomen, waar dus gemakkelijk paniek kan ontstaan. Denk hierbij aan grotere uitgaansgelegenheden, winkelcentra en openbare gebouwen. Meestal zijn deze deuren voorzien van een zogenoemde paniekstang of -balk. Volgens de normen moet voor de benodigde maximale bedieningskrachten in dit geval worden gedacht aan circa 8 kilo bij een onbelast deurblad en 22 kilo bij een deurbladbelasting van 100 kilo. Mogelijk zal de benodigde bedieningskracht
in de praktijk hoger uitvallen. Dit heeft te maken met die duwende menigte die we al eerder noemden, waarbij de voorwaartse kracht van de duwende menigte kan oplopen tot een dodelijke 500 kilo.

De Europese normen voor nood- en paniekdeuren geven aan dat de sluitingen zodanig moeten zijn ontworpen dat in één soepele doorgaande beweging in vluchtrichting of neerwaarts, de deur in minder dan één seconde moet zijn te openen. Sleutelkastjes zijn niet toegestaan. Om ongewenst gebruik van nood- en vluchtdeuren te voorkomen is lange tijd het rode sleutelkastje met breekglas toegepast. Een barrière om de betreffende deuren minder gemakkelijk ongewenst te kunnen openen.
Dat is uiteraard strijdig met het snel en onbelemmerd kunnen vluchten. Sleutels en sleutelkastjes zijn daarom expliciet verboden in de huidige bouwregelgeving en de praktijkrichtlijnen van de brandweer. Een bezwaar in de praktijk was vooral dat de ruitjes vaak werden vernield, de sleutel zoek was en de deur dus niet meer als nooddeur kon worden gebruikt.

Spanningsveld

Met de komst van NEN-EN 179 en 1125 zijn er prima basiseisen neergezet om veilig te kunnen vluchten, maar bleef het spanningsveld tussen vluchten en inbrekers bestaan. “De waarden die deze normen hanteren voor inbraakwerendheid zijn laag. Daarom werkt de Europese normcommissie nu aan twee voornormen NEN-EN 13633 en NEN-EN 13637 voor nood- en paniekopeners. Deze gaan veel verder qua inbraakwerendheid”, vertelt Rene Jongepier, manager productmanagement bij ASSA ABLOY Nederland. Jongepier komt met een voorbeeld ter illustratie van het spanningsveld tussen vluchtveiligheid en inbraakwerendheid. “Stel je een houten deur voor met een paniekstang daarachter. Je hoeft enkel een gat te boren en daarna kun je met een haakje de stang bedienen en inbreken. Dit voorbeeld geeft precies het spanningsveld aan waar we mee zitten in de praktijk. De inbraakwerendheid zou in dit geval moeten worden afgedekt door de puienleverancier, die een stalen deur of plaat zou kunnen leveren. Een oplossing die lang niet altijd de voorkeur verdient. De nieuwe voornormen bieden uitkomst: koppel de paniekdeur met elektromechanische paniekbalk aan de brandmeldinstallatie. Dit zorgt ervoor dat op het moment dat de brandmeldinstallatie signaleert, je overal in je gebouw de paniekbalken kunt bedienen en dat de uitgang dus vrij is. Zo kom je veel beter tegemoet aan de inbraakwerendheid.” In het SBR-Infoblad 320 staat de oplossing als volgt verwoord: ongewenst gebruik kun je onder andere tegengaan door in plaats van de verboden rode sleutelkastjes (of kettingen met hangsloten) op nooddeuren de groene kastjes met alarm toe te passen. Deze worden onder de deurkruk of horizontale stang van de panieksluiting geplaatst. Tijdens de vereiste enkelvoudige handeling raakt de kruk of stang het groene kastje, waarna alarm volgt: lokaal (luid en eventueel optisch) en eventueel op afstand als onderdeel van een beveiligingssysteem. Resetten kan alleen door bevoegde personen met sleutel. Die personen kunnen ook het slot bedienen en zonder alarm de deur openen. Bedoelde kastjes, ook wel exit control genoemd, moeten bij voorkeur door een erkend testinstituut zijn beproefd op een goede samenwerking met producten die aan de NEN-EN 179 en 1125 voldoen. De normen bieden een basis waar de markt op voortborduurt. “Zo geeft de norm aan dat de openingsdruk op de paniekbalk maximaal 80N mag bedragen. Ons product Top Line heeft een extreem lage openingsdruk van 30N”, vertelt Peter Wismeijer, marketing supportmanager bij ASSA ABLOY. En met √©√©n product ben je er tegenwoordig meestal ook niet meer. “Ons werk is er nu helemaal gericht om voor alle situaties de juiste oplossing te cre√ęren. Heel vaak heb je te maken met diverse factoren qua beheer en gaat het dus om maatwerk. We hebben het niet meer over producten, maar over concepten. Het gaat om de samenhang, om de optimale afstemming met het oog op uiteenlopende eisen: inbraakwerendheid, vluchtmogelijkheid, bescherming tegen vandalisme, comfort en ook steeds vaker esthetiek.”