|
“Hoe je veilige in- en uitgangen maakt? Da’s een interessante vraag. Elk land heeft zijn eigen regulering die bepaalt wat waar mag en nodig is. Meestal wordt de vluchtroute aangegeven en vaak moet een muur die daar deel van uitmaakt met alles erop en eraan – deuren, ramen en kozijnen – voldoen aan een bepaalde mate van brandwerendheid”, zegt Christophe Guillot (59), CEO van de Britse producent van Pyroguard brandwerend glas CGI International.
“Wij leveren verschillende Pyroguard producten die je (nood)uitgang veilig kunnen maken. Met glas in brandwerendheidsklasse EW wordt het wel wat warmer in de gang aan de niet-vuurzijde, maar je kunt gemakkelijk vluchten. Het is alsof je door de woestijn loopt.” Guillot geeft aan dat EW echter het grote voordeel heeft dat het in relatief dun formaat kan worden toegepast zonder aan veiligheid in te boeten. “Zo is een toepassing van 7 millimeter al veilig. Een stuk duurder is glas in klasse EI dat niet alleen de straling tegenhoudt, maar ook zorgt dat de temperatuur aan de niet-vuurzijde van het glas nauwelijks oploopt. Deze toepassing start bij 15 millimeter.”
CGI International houdt begin volgend jaar in samenwerking met leverancier Hogla uit Reeuwijk een serie voorlichtingsbijeenkomsten in Nederland over het plaatsen van brandwerend glas. Volgens Guillot is dit noodzakelijk. “In Nederland wordt glas voor een groot deel gezet door kleine, vaak niet-gespecialiseerde bedrijfjes, zoals schildersbedrijven. Je kunt niet verwachten dat zij altijd op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van brandveilig beglazing. Wij hebben die kennis wel.”
CGI wil onder meer uitleg geven over de regels van het plaatsen en het snijden van brandwerend glas. Daarnaast deelt het bedrijf licenties uit. Inmiddels hebben zich al meer dan vijftig bedrijven ingeschreven voor de seminars die door het hele land worden gehouden. Het is geen uitzondering dat een brandscheiding niet aan de gestelde brandwerende eisen voldoet, ook al is die opgebouwd uit verschillende brandwerende ruiten naast elkaar die elk afzonderlijk wel binnen de geteste afmeting vallen en zijn voorzien van de juiste CE-markering. Een veelvoorkomende fout die nog steeds bij het ontwerp van een beglaasde brandscheiding wordt gemaakt, is dat aangenomen wordt dat per ruit de maximaal toegestane warmtestraling van 15 kW/m2 mag worden doorgelaten.
Glasconstructie
Dit is onjuist. Elk ruit draagt bij aan de warmtestraling van de gehele brandscheiding. Deze 15 kW/m2-straling geldt voor de gehele brandscheiding. Dus alle ruiten, profielen en panelen bij elkaar. Guillot: “Daarnaast zie je bedrijven bijvoorbeeld de fout ingaan doordat ze het verkeerde, niet-brandwerende, frame gebruiken of de verkeerde kit. Ook het horizontaal plaatsen van een stuk glas dat verticaal getest is, kan problemen opleveren omdat het gevolgen heeft voor de hele constructie.” Het correct zetten van brandwerend glas is in Nederland misschien nog wel belangrijker dan elders, omdat nergens zoveel glas per hoofd van de bevolking gebruikt wordt als hier, aldus Guillot. “Dat heeft een paar redenen. Onder andere de liefde van Nederlanders voor bijzondere architectuur. Daardoor wordt weinig voor standaardmaten en vaak voor grote glasvlakken gekozen. Ten tweede doordat de Nederlandse huizen relatief smal en diep zijn. Daardoor worden er niet alleen relatief grote ramen gebruikt, maar wordt ook binnen veel glas toegepast om het licht te laten doordragen.”
Internationaal wordt er ook meer en meer glas gebruikt. Guillot: “Mensen houden van glas. Liften van glas, wanden van glas. Neem de ondergrondse parkeergarage. In het verleden waren die vaak donker met veel beton en metalen deuren. Nu zie je meer licht en glas zodat mensen kunnen zien wat er om hen heen gebeurt en waar ze naartoe moeten. Het is de veiligheidstrend. Al dit glas is brandwerend.” Producenten spelen op die behoefte aan zichtbaarheid in door grotere formaten die toch veilig zijn te leveren, aldus Guillot. “Denk bijvoorbeeld aan het gebruik in scholen, sportstadions, ziekenhuizen, maar ook flatgebouwen. Bij ons zijn de afmetingen van Pyroguard groter geworden doordat we een nieuwe brandwerende tussenlaag hebben ontwikkeld.” Dat is een direct gevolg van de investering van bijna een half miljoen euro die CGI International de laatste twee jaar deed in een eigen zeer modern laboratorium en research & development. Zo werd een samenwerkingsverband aangegaan met de universiteit van Leeds en daarnaast werd een gespecialiseerde en ervaren polymeerchemicus in dienst genomen.
|